| Om
5u30 word ik wakker van de kou, ik had er me nochtans gisterenavond op
voorzien. Twee supplementaire dekens, maar door al die regen die er deze
nacht is gevallen, is het hier echt kil. Een douche neem ik me niet, ik
beperk me tot tanden poetsen en steek mijn hoofd vlug eens onder het
koude water. Om 7u30 komt Roger, de baas des huizes, me roepen dat het
ontbijt klaar is. Binnen in huis brand de haard, het is er lekker
warm. |
 |
| Ze
verontschuldigen zich omdat ze de verwarming in mijn chalet niet hadden
aangezet. Na het ontbijt schrijf ik nog een dankwoord in het gastenboek,
we maken een fotootje, en ik neem afscheid van gans de familie, met
inbegrip van Sam, een Duitse herdershond, en vertrek richting Bailly.
Via kleine wegen tussen bosjes en velden doe ik de dorpjes Bethancourt,
Muirancourt, Bussy en Genvry aan, en kom zo rond 12u00 in Noyon. |
 |
Daar
rust ik even uit op de trappen voor de statige Kathedraal. De gevels
hebben nood aan restauratie, maar het interieur is perfect in orde. Ik
zoek naar de "prêtre" om een stempel te bemachtigen,
maar ik heb geen geluk. Hij is aan zijn middagmaal bezig en ik wil de
brave man niet storen.Rond
13u00 vertrek ik dan maar richting Bailly. In Pont-l'Eveque loop ik
eerst over de brug boven "Le Canal de St Quentin” en vervolgens
over de l'Oise. |
Ik
volg de D165 en besef dat er zwaar weer op komst is. De stapelwolken
hebben plaats gemaakt voor zwarte donderwolken. Ik zie de eerste bliksem
inslaan, rechts van mij, het gedonder, 5 tellen later. Een tweede met
het gedonder 3 tellen later. Ik kan niet meer terug, het gaat over mij
passeren. En ja hoor, voor ik het goed besef zit ik midden in het
geflits en het gedonder. De regen laat niet op zich wachten. Ik loop
door het Foret d'Ourscamps en heb nog ongeveer 9 kilometer te lopen tot
Bailly. Het is alsof het nacht is. Aan een splitsing in het bos neem ik
mijn kaart, gelukkig met waterdichte hoes, en zie dat er rechts, op
ongeveer 4 kilometer van de splitsing een abdij staat. Op de kaart
aangeduid Abb. Bailly laat ik links liggen en loop door de hagel
en de zware inslagen richting Abb. Hopelijk is dit geen ruïne! Die 4 km
lijken lang, maar na 40 minuten kom ik voor een enorm gebouw. Het is
bewoond. Druipnat, geen tijd gehad om poncho en goretex-broek aan
te trekken, loop ik door het park naar de eerste de beste deur en klop
enkele keren hard. Blijkbaar hadden ze me zien aankomen, want de deur
werd onmiddellijk geopend door een jonge man, gekleed als monnik.
"Vous-êtes pelerin?" vraagt hij. Waarop ik hem antwoord, dat
ik naar Compostela ga. Hij vraagt me of ik hier wil overnachten. Ik kan
niet antwoorden. Hij vraagt me hem te volgen en leidt me naar de andere
zijde van het enorme gebouw.
Hij geeft me de sleutel van een grote kamer met 3 stapelbedden, douche
en WC. "Je kunt hier slapen, droog je kleren, prend une douche en
rust wat uit". |
| Ik
bedank de monnik en voor hij vertrekt zegt hij, dat er een mis is om
18u15 in de kapel achter de ruïne,
en dat het eten wordt opgediend om 19u30. Ik kan mijn oren en ogen niet
geloven. Ik trek mijn natte spullen uit, haal alles uit mijn rugzak en
laat het drogen op de radiator. Daarna neem ik een stortbad en rust wat
uit op één van de bedden. Om 18u15 neem ik deel aan de misviering in een
middeleeuwse kapel achter een ruïne, vergelijkbaar met de ruines van
Villers la Ville. |
 |
 |
Alles
gebeurt er zingend. Ik ben er tesamen met nog vier andere mensen uit
het dorpje. De mis wordt gedaan door zeven monniken. Dit is heel
mediterend, je krijgt zo een rustgevend gevoel. Ik vraag me af wat de
pot zal schaffen. Rijstpap met gouden lepeltjes? |
|
Deze
tocht was voor al mijn neven en nichten. |
|
|
|
|
|