| Ik
ontwaak om 4u00, probeer nog wat te rusten maar het lukt me niet. Vanaf
6u30 kan ik ontbijten. Dus besluit ik er eens vlug in te vliegen. Mijn
benen zijn nog wat stram, maar na 5km zal dat wel beteren. Gans mijn
traject volgt de Somme. |
 |
| Dus
hopelijk eens een vlakke rit. Ik kijk, van uit mijn kamer, op de
indrukwekkende Basiliek. De stad slaapt nog, af en toe hoor ik een auto
voorbijrazen. Vroege vogels, zoals ik, of late thuiskomers? Om 5u00 neem
ik nog een verkwikkend stortbad, zet mijn rugzak in orde en kijk of ik
niets vergeten heb. In Landrecies heb ik, vermoed ik, mijn zaklamp laten
liggen. De lucht is blauw maar vanaf het zuiden komen er reeds wolken
aanstomen. Mijn ontbijt smaakte en om 6u45 vertrek ik richting Dallon.
Ik volg de l'Oise tot in Dallon, op een afstand van 6 km hoor ik zeven
zangposten van Nachtegaal. |
 |
In
Dallon verlaat ik het jaagpad en loop evenwijdig met de l'Oise door de
velden, van dorpje naar dorpje,allemaal even mooi van naam en uitzicht:
Fontaine-lès-Clercs, Happencourt enTugny et-Pont. Ik stap hier echt
door de graanschuur van Frankrijk, een paradijs voor Leeuweriken. Hier
zie je ze, alle honderd meter, boven u zweven, net zoals toen ik klein
was bij ons in het Pajottenland. |
| Een
Grauwe kiekendief jaagt laag over de velden , het is een mannetje, een
prachtexemplaar. In het dorpje Dury rust ik uit op een bank en eet vlug
een stukje energiestick. Na 10 minuten vertrek ik richting Berlancourt,
het is echt wandelweer. De voorspellingen waren nochtans niet gunstig.
Rond 11u30 loop ik voorbij het dorpje Eaucourt en aan het laatste huis
komt de eigenaar bij mij en vraagt of ik iets wil drinken. Ik was toch
zinnens een beetje te rusten en neem zijn voorstel zonder twijfelen aan.
Hij vraagt me binnen te komen en schenkt me een groot glas fruitsap. We
spreken over Compostela, de MS-liga, hoe duur het leven wel is geworden
in Frankrijk, ….Ze doen wekelijks hun boodschappen in België, in
Chimay. "Surtout le tabac, 5 EUR pour un Marlboro!" vertelt
hij mij. Ik krijg nog een fruitsapken en hij schenkt voor hem een
Pastis,"acheté en Belgique, içi c'est trop cher". Ik had ook
wel liever een Belgische Pastis gedronken, maar ik ben mijnheer al zeer
dankbaar voor zijn fruitsapken.
De telefoon rinkelt, ik hoor aan de conversatie dat het zijn vrouw is. |
| Hij
legt af en zegt dat ik moet blijven, zijn vrouw en dochter zouden eens
kennis willen maken met een pelgrim. Waarom ook niet, het weer blijft
gunstig en ik heb nog gans de namiddag om te stappen. Na mijn derde
fruitsapken en zijn tweede Pastis, vraagt hij mij of ik niet wil blijven
eten. Ik weet niet goed wat te zeggen, maar voor ik iets zeg staat er al
een mandje aardappelen op tafel. |
 |
| Hij
is blijkbaar geen meester in schillen van aardappelen. Ik haal mijn
"Zwitsers mes" boven en help hem mee. "Mon Dieu, tu fais
ça si vite", zegt hij. Ik antwoord : “natuurlijk, ik doe thuis
niets anders" (grapje). Hij zet ze op het fornuis op het ogenblik
dat vrouw en dochter thuiskomen. We maken kennis en ze vraagt me in het
salon te gaan zitten en schenkt mij een Pastis. De dochter maakt het
voorgerecht : komkommers in vinaigrettesaus, het hoofdgerecht is
gebakken vis met aardappelen. Als nagerecht krijg ik verschillende
soorten kaas. Na een gezellige babbel en een foto nemen we afscheid. Ik
ben de familie Barta heel dankbaar. |
| Om
14u00 vertrek ik richting Berlancourt. Ik ben opgeladen door het etentje
en besluit door te lopen tot Noyon. Om 16u00 kom ik in het dorp
Berlancourt en besluit even uit te rusten in het enige café van het
dorp. Ik vertel dat ik nog naar Noyon wil maar de baas vertelt me dat
alles er heel duur is en dat er weinig hotels zijn. |
 |
Ik
krijg een kamer bij de buren, ze ontvangen pelgrims. Van Roger en
Dominique mag ik zelf bij hun aan tafel zitten en krijg zelfs mijn
lievelingskost : nen goeien biefstuk friet. Buiten het café is er niets
in het dorp.
Ik zal vlug in bed liggen. |
|
Deze tocht draag ik op aan mijn schoonzussen en schoonbroers. |
|
|
|
|
|