Woensdag 5 mei:   Bohain - St. Quentin

Om 5u30 kruip ik uit bed, ik zeg wel kruipen, want de veren van de matras dateren van het begin van vorige eeuw. Of mijn voorganger moest een kolos geweest zijn van 250 kilo.
Buiten ziet het er niet goed uit. Het houdt voorlopig op met regenen maar de wind waait hard en de voorspellingen zijn niet rooskleurig. Ik trek voor alle zekerheid mijn Goretexvest en -broek aan. Ik wil mij niet in de pletsende regen omkleden.
klik hier om te vergroten
 Om 8u15 neem ik mijn ontbijt : een baguette met abricozenkonfituur en een bol koffie met veel suiker. Ik neem afscheid van de eigenaars en vertrek om 8u45, richting St. Quentin.
klik hier om te vergroten Ik verlaat onmiddellijk het asfalt en kom terug op de aardeweg die ik gisteren al genomen had,maar dan in de andere richting. Na 15 minuten loop ik de boerderij van boer Seigar voorbij en merk de eerste Sint-Jacobsschelp op. Ik volg de D8 tot het dorpje Fresnoy-le-Grand. De hellingen worden langer, het landschap is prachtig.
Om 9u15 verlaat ik, juist voorbij Fresnoy-le-Grand, de hoofdweg en loop naar mijn vooraf uitgestippelde route. Daar bemerk ik terug, en nu om de 200m, een Sint-Jacobsschelp. Ik stop mijn kaart weg en volg blindelings de Jacobsaanduidingen. In het dorpje Croix-Fonsommes kom ik eigenlijk tot het besef dat de aanduidingen, al de mooiste plaatsjes van de streek aandoen en haal mijn kaart en kompas uit. Op dit moment besef ik dat ik wegloop van St. Quentin. Grommend tegen mezelf neem ik het heft in eigen handen en keer terug, richting zuiden met kaart en kompas. Rond 11u15, dus na twee uur schelpjes volgen, kom ik terug op de D8. Ik ben 4km verder geraakt op twee uur. Na 3uur stappen ben ik nog steeds op 12 km van mijn einddoel. Normaal moest ik maar 1 uur meer lopen. 
Ontmoedigd zet ik mijn rugzak af, eet mijn resterende baguette van deze morgen met de laatste droge worst en probeer wat te rusten, maar met al het verkeer naast mij, besluit ik verder te trekken. Tot overmaat van ramp begint het te regenen. Ik doe mijn rugzak om en probeer mijn poncho er over te trekken. Het is echt mijn dag niet, gedurende twintig minuten heb ik geprobeerd dat spul over mijn rugzak te krijgen, maar zonder resultaat. Moest men mij bezig gezien hebben, ik had zeker de eerste prijs gekregen van “klungelaar van het jaar”. Dan maar verder zonder poncho. In Bellecourt verlaat ik terug de D8, het stopt met regenen en ik stap door de golvende vlaktes naar Remaucourt. Iets verder ontspringt de Somme, een rivier die ,zoals onze Mark, wel eens buiten haar oevers durft te treden.
Aan het kerkhof komt een vrouw me vragen of ik een lift wil. Ik leg haar uit dat ik als pelgrim naar Compostela stap en het doe voor mensen die aan MS lijden. Met tranen in de ogen, vertelt ze me dat ze de dood van haar zeven jaar geleden overleden dochter, niet kan verwerken. Ze wil me geld geven, maar ik weiger.Ik beloof haar een kaars te laten branden in de Basiliek te St. Quentin. Ze omhelst mij en rijdt wenend weg. Ik verlaat de vallei van de Somme, maar voor ik de zware helling richting Morcourt wil nemen wil ik even rusten en mijn laatste suikerwater uitdrinken. Ik stop aan een kapelletje van OLV van Banneux, zet mijn rugzak af en rust op de bank. Maar mijn rust is van korte duur. Het hemelwater stroomt naar beneden. Ik loop naar mijn rugzak, zet hem recht op de bank, trek mijn poncho er over en kruip er zonder problemen in. 
Onbewust zeg ik, danke Lieve Vrouwken, en vertrek. Ik zweef over die zware helling naar boven, in een pletsende regen.
 't Zal dat suikerwater zijn zeker ?!Bovengekomen zie ik 
St. Quentin liggen. Ik vermoed op nog 6 km. Na een uurtje stappen sta ik om 17u00 in de Basiliek, waar ik mijn stempel krijg. 
klik hier om te vergroten
Klik hier om te vergroten Ik laat er een kaarsje branden voor Kathy.
Ik heb een kamer, rechtover de Basiliek, en deze avond eet ik entrecôte met frietjes.
Deze zware tocht draag ik op aan mijn meter en peter. SMAKELIJK.

Vorige

Terug naar dagboek

Volgende