| Om
4u30 word ik wakker met de overtuiging dat ik gans de nacht geen oog
dicht gedaan heb, maar ik voel me kiplekker en uitgeslapen. Ik zal
dit gedroomd hebben. Je hebt zo van die dromen waarvan je denkt
dat ze geen bedrog zijn. |
 |
| Vandaag
stap ik voor oma Irma en opa Georges en ter nagedachtenis van nonkel
Maurice, ik had hem dat verleden jaar op zijn verjaardagsfeest beloofd.
Helaas kan hij het niet meer lezen, maar nonkel, je leeft voort in mijn
gedachten. Tante Angèle, ik wens je nogmaals veel sterkte. |
| Mijn
geplande tocht ging van Landrecies naar Seboncourt, maar daar ik ten
oosten van het stadje Landrecies gehuisvest ben, heb ik geen zin om
terug te keren. In plaats van de vallei van "le Canal de la
Sambre" te volgen richting Catillon, neem ik de 7km lange D934 tot
in La Groise. Vervolgens volg ik de L'Oise tot in Etreux.
Rond 9u30 kom ik in Etreux aan. Ik besluit om niet naar
Seboncourt te gaan, dit dorpje is nog kleiner dan Bavay en er zal zeker
geen plaats zijn om te slapen. Bohain ligt iets verder, maar is
groter dan Landrecies, dus meer kans om onderdak te vinden. Via
veldwegen tussen de frisse geuren van koolzaadbloemen, bereik ik rond
10u30 Wassigny. De wolken zijn dreigend en de wind steekt op, er
is regen op komst. In Wassigny rust ik even uit, drink van mijn
suikerwater. |
 |
Ik
verlaat het asfalt en volg een GR-pad door la Forêt d'Andigny.
Hier is de wind minder maar het geruis van jonge beukenbladeren geeft me
het onaangename gevoel, zoals ik thuis soms eens heb, als het hevig
stormt. Na een boswandeling van twee uur, kom ik in een volledig
ander lanschap terecht. |
| Ik
heb zo pas "Le Nord" verlaten en stap nu door "Le
Picardie". Eigenlijk is het zalig te wandelen in het land van
Fernandel, Louis de Funes, Bourvil en zovele anderen. Ik waan me
in "La Grande Vadrouille". Voordeel voor mij, de Waffen
SS is er niet. N'est-ce pas Chef?....Comme-ça Chef?... |
| Ik
vervolg mijn weg via Regnicourt naar Bohain, waar ik om14u00 aankom.
Net zoals gisteren stap ik het eerste Café-Tabac binnen, waar ze me met
dezelfde ogen aankijken. Ik drink een pintje en doe een babbeltje
met de Patron. Zijn vader is van Waregem en hij heeft er nog een
oom, die tot zijn pensioen een kledingswinkel had. Bij het
buitenstappen loopt hij achter mij en schenkt hij mij een T-shirt.
Ongelooflijk hoe de mensen reageren. |
| In
de Mairie haal ik mijn stempel en vraag waar ik kan overnachten.
Juist buiten de stad is er een boer die pelgrims onderdak verschaft, het
is wel 3km, maar in de richting van St.Quentin. Drie kilometer
neem ik er graag nog bij, dat zijn er drie die ik morgen niet moet doen. |
 |
 |
Na
een lastig stijgende weg, met een tegenwind van 60km per uur, kom ik op
een aardeweg, die mij tot de afgelegen hoeve brengt. Monsieur
Seigare, want zo noemt die boer, is verrast. Hij geeft juist eten
aan voorbijlopende pelgrims, maar geen onderdak. |
| Na
wat gepalaber belt hij een copain op. Ik krijg een kamer boven
zijn café. Van de boer krijg ik een half engels kieken van uit
zijn stoofpot en en stuk brood: "Pour le souper". In Café
de la Gare geven ze geen eten. Ik krijg mijn kamer toegewezen:
avec levier, sans douche, toilette sur le palier. Ik trek mijn
schoenen uit en was mijn kousen in de wasbak met shampoo. De kip
smaakt, mijn kousen drogen. Morgen in St.-Quentin wil ik eens een
echt bad nemen. Buiten is het nu aan 't gieten, het geluk schuilt
toch in een klein hoekje, hè.
Voor de
vogelkijkers 2 speciallekes: Een Europese Kanarie in Etreux en een Steenarend
laag zwevend naast een Buizerd, aan de rand van het woud van Andigny.
Tot zover... slaapwel en tot morgen! |