Dinsdag 4 mei:  Landrecies - Bohain

Om 4u30 word ik wakker met de overtuiging dat ik gans de nacht geen oog dicht gedaan heb, maar ik voel me kiplekker en uitgeslapen.  Ik zal dit gedroomd hebben.  Je hebt zo van die dromen waarvan je denkt dat ze geen bedrog zijn.  klik hier om te vergroten
Vandaag stap ik voor oma Irma en opa Georges en ter nagedachtenis van nonkel Maurice, ik had hem dat verleden jaar op zijn verjaardagsfeest beloofd.  Helaas kan hij het niet meer lezen, maar nonkel, je leeft voort in mijn gedachten.  Tante Angèle, ik wens je nogmaals veel sterkte.
Mijn geplande tocht ging van Landrecies naar Seboncourt, maar daar ik ten oosten van het stadje Landrecies gehuisvest ben, heb ik geen zin om terug te keren.  In plaats van de vallei van "le Canal de la Sambre" te volgen richting Catillon, neem ik de 7km lange D934 tot in La Groise.  Vervolgens volg ik de L'Oise tot in Etreux.  Rond 9u30 kom ik in Etreux aan.  Ik besluit om niet naar Seboncourt te gaan, dit dorpje is nog kleiner dan Bavay en er zal zeker geen plaats zijn om te slapen.  Bohain ligt iets verder, maar is groter dan Landrecies, dus meer kans om onderdak te vinden.  Via veldwegen tussen de frisse geuren van koolzaadbloemen, bereik ik rond 10u30 Wassigny.  De wolken zijn dreigend en de wind steekt op, er is regen op komst.  In Wassigny rust ik even uit, drink van mijn suikerwater.
klik hier om te vergroten Ik verlaat het asfalt en volg een GR-pad door la Forêt d'Andigny.  Hier is de wind minder maar het geruis van jonge beukenbladeren geeft me het onaangename gevoel, zoals ik thuis soms eens heb, als het hevig stormt.  Na een boswandeling van twee uur, kom ik in een volledig ander lanschap terecht. 
Ik heb zo pas "Le Nord" verlaten en stap nu door "Le Picardie".  Eigenlijk is het zalig te wandelen in het land van Fernandel, Louis de Funes, Bourvil en zovele anderen.  Ik waan me in "La Grande Vadrouille".  Voordeel voor mij, de Waffen SS is er niet.  N'est-ce pas Chef?....Comme-ça Chef?...
Ik vervolg mijn weg via Regnicourt naar Bohain, waar ik om14u00 aankom.  Net zoals gisteren stap ik het eerste Café-Tabac binnen, waar ze me met dezelfde ogen aankijken.  Ik drink een pintje en doe een babbeltje met de Patron.  Zijn vader is van Waregem en hij heeft er nog een oom, die tot zijn pensioen een kledingswinkel had.  Bij het buitenstappen loopt hij achter mij en schenkt hij mij een T-shirt.  Ongelooflijk hoe de mensen reageren.
In de Mairie haal ik mijn stempel en vraag waar ik kan overnachten.  Juist buiten de stad is er een boer die pelgrims onderdak verschaft, het is wel 3km, maar in de richting van St.Quentin.  Drie kilometer neem ik er graag nog bij, dat zijn er drie die ik morgen niet moet doen. klik hier om te vergroten
klik hier om te vergroten Na een lastig stijgende weg, met een tegenwind van 60km per uur, kom ik op een aardeweg, die mij tot de afgelegen hoeve brengt.  Monsieur Seigare, want zo noemt die boer, is verrast.  Hij geeft juist eten aan voorbijlopende pelgrims, maar geen onderdak.
Na wat gepalaber belt hij een copain op.  Ik krijg een kamer boven zijn café.  Van de boer krijg ik een half engels kieken van uit zijn stoofpot en en stuk brood: "Pour le souper".  In Café de la Gare geven ze geen eten.  Ik krijg mijn kamer toegewezen: avec levier, sans douche, toilette sur le palier.  Ik trek mijn schoenen uit en was mijn kousen in de wasbak met shampoo.  De kip smaakt, mijn kousen drogen.  Morgen in St.-Quentin wil ik eens een echt bad nemen.  Buiten is het nu aan 't gieten, het geluk schuilt toch in een klein hoekje, hè.

Voor de vogelkijkers 2 speciallekes: Een Europese Kanarie in Etreux en een Steenarend laag zwevend naast een Buizerd, aan de rand van het woud van Andigny.  Tot zover... slaapwel en tot morgen!

Vorige

Terug naar dagboek

Volgende