| Ik
sta op om 6u30 en maak me klaar. Ik berg mijn verse kleren en verse
etensvoorraden in mijn rugzak. Het zijn vooral energierepen. Dany zou
mijn rugzak volstoppen met 5 kilo salami, worsten, minuutsoep, appels en
appelsienen. Ik weet nu al dat mijn knieën met een kilootje minder 's
avonds minder last verkopen. |
 |
| Om
acht uur ontbijten wij en betalen de rekening. We nemen afscheid,
beseffend dat het nu voor twee maand is. De dreigende wolken beginnen
hun water los te laten als ik richting Veron stap. Ik had een voorgevoel
en had mijn regenkledij al aangetrokken, moest het zijn dat er een
spatje zou uitvallen. |
 |
In
Veron verlaat ik het asfalt en loop gedurende 4 uur onafgebroken door
uitgestrekte bossen op een GR-pad in zuidwestelijke richting. De enkele
spatjes van drie uur geleden zijn nu bakken water die naar beneden
pletsen. Stoppen heeft geen zin, schuilen kan ik toch niet, ik ben
doornat, mijn kledij is blijkbaar niet geschikt voor zoveel regen. |
| Om
13u00 kom ik het bos uit, hier regent het nog meer, de bomen in het bos
gaven me nog een klein beetje beschutting. Mijn rugzak begint door te
wegen maar wat kan ik doen? In dit onherbergzaam gebied kun je alleen
klagen tegen jezelf. In het dorpje Juicq vraag ik aan de eerste mens die
ik tot nu toe tegenkwam of dit wel de juiste weg naar Saintes is. Ook
geplaagd door het neervallend water wijst hij de richting aan en loopt
met zijn hoofd in de grond de andere richting op. |
| Ik
kom in het dorpje "le Douhet" en kan mijn ogen niet geloven.
Hier in dit God vergeten gat is er een herberg en hij is open. Ik mag
van de "patron" mijn kleren op de stoelen open hangen, hij zet
ze rond de kachel, terwijl ik een droge t-shirt aantrek. Ik bestel een
warme koffie en praat gedurende een klein uurtje met de enkele mensen
die er iets verteren. "Avec un temps pareil, tu ne sais rien faire
d'autres". Mijn kleren dampen aan het vuur. Het is tijd om door te
gaan. |
| Om
14u00, neem ik afscheid van het gezelschap en bij het buitengaan,
vertelt de baas me dat er vanaf hier, aan elk kruispunt, zelfs in het
woud waar ik nog moet doorlopen, St-Jacobsborden zijn ingeplant en dit
tot in Bordeaux. Ik bedank hem en duik opgewarmd terug het water
in. |
| Ik
volg blindelings de Sint-Jacobsschelpen, die wel heel duidelijk, elke
honderd meter, zichtbaar zijn. Het zijn eigenlijk kleine betonnen
monumentjes. Het komt me goed uit, met dit weer hoef ik niet altijd mijn
kaart uit te halen. Wat moet het hier heerlijk zijn als de zon schijnt.
Nu heb ik eerder het gevoel dat ik constant door een carwash stap. |
 |
| Mijn
schoenen wegen loodzwaar door de plakkende modder, telkens ik een grote
boom voorbij loop stamp ik er de meeste aarde af. Om 16u30 verlaat ik
het bos, ik ben in Fontcouverte, ik maak even gebruik van een korte
regenstop om iets te eten en te drinken en stap direct verder, ik stap
nog een uur tot het centrum van Saintes. |
Aan
de St Eutropekerk ga ik "Le Refuge pour pélerin de St
Jacques" binnen, waar niemand minder dan Nicole en Pol reeds op hun
bed zitten. Hoe ze er in geslaagd zijn hier te geraken is me een
raadsel, maar het weerzien was uitbundig. Ik moet wel iets recht zetten,
Pol noemt eigenlijk Gilbert. Ik hang mijn kleren op een rek en neem een
douche. Jacqueline, de verantwoordelijke, schrijft me in, ik krijg mijn
stempel en betaal 6 EUR, ontbijt inbegrepen.
Om 19u30 eet ik in een fastfoodrestaurant, frieten met worst. Om 20u30
lig ik, na een tocht van 35 natte kilometers, in bed.
Deze tocht draag ik op aan al degenen die de MS liga tot nu toe geholpen
hebben. |