| Goed
geslapen word ik wakker. Dit had ik echt eens nodig, een ligbad met warm
water, daarna op een bank langs de rivier zitten, kijken naar alles en
niets. Daarna mijn avondmaal, weliswaar alleen, maar je voelt je
herboren na de emoties en avonturen die je meemaakt. Ik vond dat ik er
eens een speciale avond mocht van maken. |
 |
| Ik
zit op de grens met de Charente Maritime, dus nam ik als apero, een
witte Pineau de Charente. Mijn menu bestond als voorgerecht uit een
"Tête de veau à l'ancienne sause ravigote. Le plat : Anguilles en
persillade et ses pommes de terres sautées. De kaasschotel bestond
hoofdzakelijk uit geitenkaas, er moeten hier veel geiten rondlopen, denk
ik. Als dessert neem ik een Glace d'Angelique naturelle du Marais. Ik
drink hierbij een gekoeld wit wijntje, Muscadet Sevre & Maine sur
lie, anno 2001 en dit alles met zachte pianomuziek op de achtergrond. Ik
droom weg en denk aan vroeger op Sinksenkermis thuis : vogelnestjes als
voorgerecht en vol-au-vent met kroketten als hoofdschotel. Daarna een
mattentaart van bij "Den Breys". Wat was het toch plezant, die
eenvoud, dit komt spijtig genoeg nooit meer terug… Maar wat ik
gegeten heb is eigenlijk ook niets speciaals : als voorgerecht kalfskop
bereid op de oude wijze, als hoofdschotel paling met bieslook en
gebakken patatjes. Geitenkaas is niet slecht maar geef mij maar de
schelletjes van vroeger "bij Denisken". In het Frans klinkt
alles zo “chiquer”. |
Na
een verkwikkende douche neem ik mijn ontbijt om 7u30 en verlaat Brioux
via kleine aardewegen en kom zo op een GR pad die me langs een gebied
brengt met weiland omzoomd met beukenhagen, wel 5 meter hoog. Gisteren
zag ik de eerste Hop, nu zie ik en hoor ik ze regelmatig.
Om 11u00 loop ik het dorpje Villefollet door. Ik heb het GR pad verlaten
en wandel over de Bellesebonne, een beekje dat zich even verder in de
Boutonne uitmond. |
 |
 |
Tot
nu had ik geen levende ziel tegengekomen. Ik vraag aan een heer, die
zijn haag snoeit, of ik in de juiste richting loop van Dampierre. Hij
geeft me een uitleg waar ik niets van versta, ik bedank hem en stap
verder. Mijn kompas wijst Zuid-West. Als ik die richting blijf volgen
kom ik zeker ergens op de D127. |
| Ik
laat het landschap met de hoge hagen achter mij en kom in een agrarisch
gebied met tarwe- en koolzaadvelden. Aan de horizon zie ik het woud van
Chize, daarlangs moet ik lopen om Dampierre te bereiken. De
koolzaadvelden die 15 dagen geleden mooi geel waren en het gevoel gaven
dat de zon altijd schijnt, zijn nu veranderd in groene stengels met
bolsters waarvan je zou denken dat de zaden er gaan uitspatten. In het
dorpje Chize besef ik dat ik 2 kilometer uit mijn route ben gestapt, wat
op zich geen drama is. Ik neem de D106 en kom zo in Availles terecht.
Buiten een speciale waterpomp is er hier niets te beleven. Ik eet al
wandelend een appel en een sinaasappel en loop verder door het
uitgestrekte landschap waarvan de bermen bezaaid zijn met klaprozen,
koekoeksbloem en hier en daar een prachtige Mannetjesorchis. Om 13u00
kom ik in Dampierre aan, ik bezoek het kerkje uit de 11de eeuw en stap
naar het centrum. |
Vandaag
krijg ik voor de laatste maal op mijn reis bezoek uit het thuisfront.
Dirk, Chris, Christine en Dany komen juist aangereden als ik het centrum
van Dampierre bereik. We drinken een pint op een terrasje en rijden naar
ons hotel in St Jean d'Angely.
Morgen stappen Chris en Dirk mee. Dany en Christine gaan de streek
verkennen. |
 |
|
|
|
|
|