Dinsdag 29 juni  : San Vicente - San Sebastian de Garabandal

Goed uitgerust sta ik om 5u30 op en maak me klaar, mijn knie is ontzwollen, de pijn is weg. Ik heb er goed aan gedaan een rustdag in te lassen, ik kan er weer volop tegen aan gaan. klik hier om te vergroten
klik hier om te vergroten Om 7u betaal ik mijn kamer en vertrek voor een tocht van 10 uur bergopwaarts, een tocht naar het onbekende. Ik wijk volledig af van de Camino en ga landinwaarts. Er zijn geen gele pijlen meer die me door de natuur loodsen, ik heb enkel mijn eigen en de stafkaarten van het Cantrabische hooggebergte die ik gisteren gekocht heb.
Ik verlaat het centrum en begin een twee uur durende klim door een prachtige omgeving. Eerst stap ik door loofbossen daarna kom ik in een rotsachtig gebied. Hoger verlaat ik de bossen en loop ik afwisselend door weiland en lage struiken. klik hier om te vergroten
klik hier om te vergroten Boven gekomen heb ik 350 meter gestegen en ik rust even uit. Het uitzicht dat ik hier aanschouw is adembenemend. Recht voor mij de kust met San Vincente waar ik 3u geleden vertrok en links de besneeuwde toppen waar ik de komende dagen zal overtrekken. klik hier om te vergroten
Na mijn pauze daal ik af naar de vallei van de Rio Nansa en loop door het dorpje Rabago, het telt amper 8 huizen en een kerkje en ik zie er geen kat. Het is 11u30 en ik begin honger te krijgen,maar ik heb zo het vermoeden dat ik de bewoonde wereld voorgoed vaarwel gezegd heb, tot ik na een relatief vlak parcours langs de oevers van de rivier om 12u30 in Celis beland.
Dit dorp is iets groter en er is zelfs een café, waar ik binnenstap en een pint bestel ik vraag of ik iets kan eten en ik mag met de familie achter in de keuken mee eten. Ik krijg een bord dikke bonensoep en daarna sardienen gebakken in olijfolie met brood. Ik wijs met duim en wijsvinger hoeveel mijn kosten zijn maar ik krijg als antwoord dat ze verheugd zijn een pelegrino zijn dagelijks brood te mogen geven.
Ik leg met papier en potlood mijn reisroute uit en na de koffie bedank ik de familie en vertrek voor een tweede klim naar Puanteriansa waar ik normaal ging overnachten maar in het plaatselijk infokantoor zeggen ze mij dat er geen kamers in het dorpje beschikbaar zijn.
 Het is nu 14u30 en ik beslis van door te lopen tot San Sebastian de Garabandal, een bedevaartsoordje waar in 1961 en 1965 Maria verschenen is voor 5 jonge meisjes. Ik zit nu op een hoogte van 190 meter en Garabandal ligt ongeveer op 570 meter hoogte. 
klik hier om te vergroten Ik loop door de ongerepte natuur en krijg het gezelschap van een vos die gedurende enkele momentjes voor mij loopt en plots wegschiet tussen de varens en een slang die wegvlucht door de trillingen van mijn voeten. klik hier om te vergroten
klik hier om te vergroten Na een serieuze klim van ongeveer 400 meter onder een brandende zon die mijn poriën laat openzetten maar gedreven door het bedevaartsoord stap ik zonder stoppen als het ware dat het dorpje me roept en me de kracht geeft, tot in het centrum van het oude Garabandal. klik hier om te vergroten
Zonder eerst te zoeken naar een slaapgelegenheid loop ik het kerkje binnen en wordt er overvallen door een devote sfeer die ik moeilijk kan verwoorden. Gedurende een half uur blijf ik als genageld voor het beeld van Maria zitten, op die momenten gaat er veel door je hoofd ! De bergen hebben al iets mythisch maar in dit oord geeft het nog een intensere beleving.
klik hier om te vergroten Na mijn kerkbezoek loop ik door tot de plaats waar de verschijningen geweest hebben en denk aan ons Linda die me voor ik vertrok verwees naar dit dorpje. Je wordt hier overvallen door de stilte. Ik steek een kaars aan voor alle mensen en bedank onze Lieve Vrouw dat mijn knie volledig genezen is.

 Ik stap terug naar het centrum, krijg een kamer toegewezen boven een souvenirswinkeltje en na mijn avondeten val ik dromend in slaap. 
Deze tocht draag ik op aan mijn jongste zus Linda.

Vorige

Terug naar dagboek

Volgende