| Ik
ontwaak om
6u00, met hoofdpijn, ik ben niet uitgeslapen. Ik heb de laatste twee
dagen maximum 9u00 geslapen. Dit is te weinig, zeker met die
inspanningen die ik dagelijks doe. De mensen zijn heel gastvrij en
willen met me praten. Het geeft natuurlijk een goed gevoel als je, na en
eenzame tocht van 9u00, iemand hebt om tegen te praten maar ik betaal er
's ochtends de tol voor. |
 |
 |
Ik
hoef me niet klaar te maken, ik heb alles nog aan van gisteravond.
Beneden is Jean-Jacques al druk in de weer, de koffie ruikt lekker. Ik
poets vlug mijn tanden, steek mijn pijnlijk hoofd onder de kraan en neem
mijn ontbijt met de eigenaar. We geven enkele gegevens door, telefoon
,website, adres en nemen afscheid. Ik hoef niets te betalen, maar leg
toch 10 EUR op de tafel, zijn gastvrijheid was eigenlijk veel meer waard
! |
| Om
8u00 verlaat ik het dorpje en loop gedurende twee uur langs hooiweiden
omzoomd door hagen. Ik loop voorbij verlaten dorpjes, de bouwvallige
huisjes zijn stille getuigen van een hard verleden. De zon laat het
afweten vandaag, ik loop onder een laag, donker wolkendek, af en toe
laten ze een spatje regen vallen maar niet genoeg om mijn regenkledij
aan te trekken. |
 |
| Om
10u30 kom ik op de N950, ik kan hier een GR pad nemen maar heb geen zin
om terug verloren te lopen. Dus opteer ik voor de N950, het
vrachtverkeer is er minder en ik heb een grindpad dat me op een veilige
afstand van de hoofdbaan richting Melle leidt. Rond elf uur loop ik het
dorp Chenay voorbij, ik heb ongeveer 15 kilometer gestapt en heb zin in
een sterke koffie. |
| Ik
stap het enige cafeetje van het dorp binnen. Ik ben er niet alleen,
forse mannen klinken een pint met het bijhorende geroep en gelach. Ze
bekijken mij alsof ik een verschijning ben. Ik bestel een koffie, en
één van forse mannen komt bij mij. Ik ben blijkbaar niet de eerste
pelgrim die hier een koffie komt drinken. Aan de uitleg die hij geeft
zijn zelfs Nicole en Pol hier komen uitrusten. Hij vraagt waar mijn
eindbestemming is vandaag. Ik zou willen lopen tot Melle. "Alors,
tu passes devant ma porte" zegt hij. Hij woont op de N950 op 5
kilometer van Melle. |
| Ik
betaal de rekening en vertrek richting Melle. Ik wil Pol een Nicole nog
eens ontmoeten en stap stevig door met de hoop ze in te halen, maar ze
zijn al te ver weg. Misschien in Melle? Om 14u00 beland ik in het dorp
Sepvret, alle huisjes zijn getooid met kleurrijke bloemen alsof er een
wedstrijd is voor het mooist onderhouden huis. Juist buiten het dorp
staat er een man te wachten, blijkbaar is het op mij. En inderdaad, het
is de forse vent, half in de zestig die me "Chez
Mario"aansprak. "Pas soif?" Hij roept me binnen en ik
krijg een fles Kronenburg aangeboden. We praten over mijn reis en na een
poos vraagt hij of ik mee wil eten. Ik kan moeilijk weigeren en krijg
twee grote braadworsten op mijn bord. |
| Ik
kijk op mijn uurwerk, het is reeds 15u00. Als ik Melle wil halen voor
een eventueel onweer moet ik nu vertrekken. "Tu peut loger
ici", Melle ligt op 5 km van hier en ik moet daar nog iets zoeken.
Mijn besluit is snel genomen. Ik krijg een kamertje op het gelijkvloers.
Om 19u00 eten we, samen met zijn 17-jarige zoon, een stevige entrecôte
met brood en groenten, en vertellen over onze belevenissen, tot laat in
de avond. Om middernacht ga ik slapen. Ik had me nochtans voorgenomen
vroeg in bed te liggen. Pol en Nicole zullen waarschijnlijk in Melle
logeren. |
| Deze
tocht doe ik voor de collega’s van de afwerking en renovatie,
reparatie. |