| Om
6u30 ontwaak ik met het gevoel dat mijn knie iets beter is maar als ik
uit mijn bed kruip blijkt dat dit in het geheel niet het geval is : ik
kan hem amper plooien en er staat een bult op, de dikte van een
duivenei. Mijn anti-ontstekings- middel heeft zijn werk nog niet
gedaan. |
 |
| Ik
moet vandaag 33 kilometer stappen en hoop dat ik San Vicente de la
Barquera zondre kleerscheuren zal bereiken. Ik kies daarom voor de
gewone bestrating en laat voorlopig de gele Sint-Jacobspijlen links
liggen. Mijn wandelschoenen steek ik in mijn rugzak want ik denk dat ook
die afgesleten zolen niet ten goede komen aan mijn knie. |
 |
Ik
ga deze tocht dus doen op mijn sandalen. Om 7u30 vertrek ik uit het
pittoreske stadje, richting Comillas. Ik loop door een bergachtig gebied
waar ik soms dicht bij de kust en soms ver van de kust ben tussen grote
bergweiden. |
| Na
elke klim moet ik me neerzetten, doe ik mijn rugzak en genietend van het
mooie uitzicht laat ik telkens mijn pijne knie rusten. Ik loop door de
dorpjes Caborredonto, Tonanes, Cobreces, Sierra. Na 17 kilometer zwoegen
kom ik in Comillas aan. |
 |
 |
Daar
vraag ik in een bar of ik kan ijs krijgen. Gedurende 1,5 uur leg ik mijn
knie “on the rocks”. De pijn verzacht en mede met een frisse pint
rust ik uit. Om 14u neem ik afscheid van het stadje dat bekend is
door zijn paleis van Sobrellano. |
 |
 |
Ik
loop nu verder richting San Vicente en voel aan het stijgen en dalen dat
de Picos in de buurt liggen. Even daal ik af tot op het zeeniveau waar
ik gedurende een half uur door een soort van moeras trek. De bomen in
dit moeras zijn allen dood waarschijnlijk door het zoute water. |
| Na
de vlakke moerastocht klim ik gedurende 6 km en loop ik door het park
Natural de Oyambre. Op de top van de berg heb ik een prachtig zicht op
de stad met zijn kasteel en zijn middeleeuwse gebouwen. Ik daal naar
beneden en kom rond 15u30 via een lange middeleeuwsogende brug met 32
bogen, ze wordt aanschouwd als de langste brug van het verleden te zijn. |
 |
| Ik
zoek een kamer in het centrum van de stad, eet mijn laattijdig
middagmaal en ga vlug op mijn bed liggen, hopende dat ik morgen met een
gezonde knie opsta. |
|
Deze
tocht draag ik op aan alle pelgrims. |
|
|
|
|
|