Om
5u00 sta ik op. Ik heb slecht geslapen, ik wist niet dat Hollanders zo
hard kunnen snurken. Eigenlijk ben ik maar rond 2u00 in slaap gevallen.
Ik maak me klaar in stilte, de drie kamergenoten slapen nog. |
 |
| Ik
ontbijt om 7u30, neem afscheid en vertrek richting Lusignan. Ik neem de
drukke N10, kleine wegen zijn moeilijk te vinden in een buitenstad, en
je verliest enorm veel tijd. |
 |
Na
twee kilometer druk verkeer kom ik een werfzone, de richting naar
Poitiers is onderbroken, ik heb twee rijvakken voor mij alleen. Op het
einde van de werken hebben de wegenwerkers een verontschuldigingspaneel
neergezet voor de reizigers. |
| Voor
mij kwam dit opstakel goed uit. Ik verlaat de N 10 en volg een smalle
asfaltweg door akkers en hooiweiden en kom zo in het dorpje Fuffigny,
waar ik een GR pad neem door "Le Foret de Claviere". |
 |
| Gedurende
twee uur stap ik via kleine boswegen richting zuiden. Mijn bedoeling
was, via deze paden op de D141 uit te komen maar mijn verbazing is groot
als ik voor een drukke weg sta. Ik kijk op de kaart en besef dat ik op
de N11sta. Ik heb geen andere keuze, ik moet verder stappen via deze
rotweg, overladen met vrachtwagens richting Lusignan. |
| Om
12u00 stop ik aan een baancafé en vraag een pintje. Ik heb nog 15
kilometer te lopen, het geeft me een onaangenaam gevoel te moeten
stappen op een rechte baan met overvloedig verkeer. De enige dieren die
ik tegen kom zijn egels, konijnen, fazanten en 1 vos, allemaal dode
dieren, afgemaakt door het drukke verkeer. Ik vertrek rond 12u30 en zet
mijn tocht verder, mijn hoed heb ik in de rugzak gestopt, hij waait toch
telkens weg bij het voorbijrazen van vrachtwagens. De brandende zon is
nu verdwenen achter een dreigend wolkendek. Mijn barometerdie deze
morgen op 1012 mbar stond, wijst me nu 980 mbar aan, het is zwoel, geen
wind en ik ben moe, heel moe. |
Uitgeput
leg ik me, op 5 kilometer van Lusignan, in de berm en eet de restjes die
ik nog kan vinden op en rust gedurende een half uur, de voorbijrazende
vier- en anderwielers kunnen me niks meer schelen, ze bekijken mij met
argwanende ogen. Ik begrijp ze. Ik zou 26 dagen geleden ook zo gekeken
hebben naar een nietsnut die in de graskant een appel schilt, leunend
tegen zijn rugzak.
Om
15u00 beslis ik verder te trekken. De laatste vijf kilometer zijn
"Infernal". Ik kom rond 16u00, na en steile helling, voor de
kerk van Lusigna. Vooraan in de kerk, aan het altaar is het heel druk.
De pastoor is met de toekomstige eerste communiecanten bezig de mis voor
te bereiden. |
 |
Ik
zet me achteraan maar door mijn vallende stok, zijn alle oogjes naar mij
gericht, ik verontschuldig mij. De priester vraagt me mee aan het altaar
te zitten en legt aan de 8-jarigen uit waarom mensen naar Compostela
trekken. Ik kom volledig tot rust en blijf genieten. |
Na
de repetitie ga ik met de priester mee naar de pastorij en krijg mijn
stempel. Ik neem afscheid en loop het gemeentehuis binnen om
slaapgelegenheid te zoeken. Er is maar 1 hotel en het ligt op 10 minuten
lopen van het centrum. Daar aangekomen krijg ik de melding van de
eigenaar dat alle kamers volzet zijn. Hij belt wel op 4 verschillende
plaatsen maar zonder resultaat. Ten einde raad ga ik naar l'Office de
Tourisme, de enige plaats waar ik nog kan slapen ligt in St Sauvant, een
dorpje, gelegen op 13 km ten zuiden van Lusignan. Ik heb er al ongeveer
27 kilometer opzitten maar ik heb geen keuze en begin aan een martelende
tocht van 2 uur dooreen niemandsland.
Om 18u30 kom ik in St Sauvent aan, de gite bevindt zich naast een "épicerie".
Daar krijg ik van de eigenares de sleutels. Ik ben er alleen, ik heb een
living, een groot bed en een douche. De rest van de woning is een
bouwwerf. Ik neem een douche en was mijn kleren met een afwasmiddel en
laat ze drogen op al de stoelen van het huis. Als ik om 20u30 wil slapen
gaan wordt er aan de deur geklopt. De eigenaar wil na zijn werk nog iets
drinken, hij heeft een fles wijn meegebracht. We hebben nog zitten
praten tot middernacht. Ik ben met mijn kleren aan in slaap gevallen op
mijn grote bed. De oorspronkelijke toch van 27 kilometer zijn er 40
geworden en dit eist zijn tol... |
| Deze
lange vermoeiende tocht draag ik op aan José, de vrouw van mijn peter. |
|
|
|
|
|