Maandag 24 mei : Dangé St. Romain - Châtellerault

Ik word om 6u00 wakker van de honger. Door de inspanning van gisteren is mijn energietank ver leeg, ik sta in het rood. Ik eet drie resterende appelsienen, gecombineerd met een stuk Italiaanse salami en hoop dat ik onderweg een bakker vindt die open is. klik hier om te vergroten
Ik vertrek om 8u30 en ga via het centrum van St Romain, over de brug van de Vienne richting Chattelerault. Ik neem de D1, links van mij stroomt de Vienne en rechts naast de baan zijn er moerasvlaktes met rietvelden en kreken. De felle Noorderwind is gaan liggen en het is aangenaam stappen in een gebied waar je na elke bocht geniet van een nieuw uitzicht. Ik voel me goed, mijn benen doen hun werk zonder te klagen. Mijn rugzak die twee weken geleden een marteling was voor gans mijn lichaam, wordt steeds draaglijker, hij is als het ware een deel van mezelf geworden. Ik heb nochtans honger maar besluit de mooie vallei van de Vienne door te trekken tot Chatellerault.
In Ingranes zoek ik, zonder resultaat, naar een bakker. Het is 11u00 en ik heb er twaalf kilometers opzitten. Ik heb er nog drie te gaan, mijn maag begint vreselijk te keer te gaan, ik drink een slok water, eet een energiereep met bananensmaak en zet mijn tocht verder. Op de laatste helling voor ik naar Chatellerault daal, kom ik mijn eerste Pelgrims tegen. Ze rusten uit op de berm in de schaduw van een esdoorn. We maken kennis, ze zijn de derde mei vertrokken van Cherbourg en willen ook op 25 juli aankomen in Compostela. Ik verlaat hun en zeg dat ik tot Chatellerault stap.
 Ik vervolg mijn weg en kom, door een lastig stuk autosnelweg, om 11u45 aan. Ik vraag in het Toeristisch Infobureau om mijn stempel. Bij het buitenkomen ontmoet ik de twee Normandiërs, die ook hun stempel willen. Ik zeg hun dat het eigenlijk nog te vroeg is om te stoppen, ik wil verder trekken. De bediende van het infobureau vertelt ons dat er in Naitre een opvangcentrum is voor Pelgrims. Dit dorpje ligt 8 kilometer ten zuiden van Chatellerault. We bestellen voor drie personen. Ik verlaat de medepelgrims en zoek een snack waar ik een baguette met ham in mijn lege tank sla. Mijn energie komt terug. 
klik hier om te vergroten  Een oud mannetje komt rechtover mij zitten."Vous-êtes pélerin? Vous allez à St Jacques? Ik vertel hem waarom ik ga, wanneer ik wil aankomen. We verlaten samen de snack en hij toont me de oude weg die de pelgrims namen en dit vanaf de 11de eeuw, het is een bijzonder gevoel te stappen in de voetsporen van duizenden anderen voor mij. Hij leidt me naar de Romaanse St Jacobskerk, waar hij een foto van mij maakt.
 Helaas is de kerk gesloten tegen dieven. Na de gemoedelijke rondleiding, geef ik André, zo heet hij, de hand. Hij vond het fijn op zijn leeftijd een Pelgrim te mogen ontmoeten uit het verre Vlaanderen. 
Ik zet mijn tocht verder maar kan de kleine weg die ik wou nemen niet vinden. Ik ben gedoemd om 8 kilometer te lopen langs de drukke N10. Hier is er maar een regel, doorstappen en uitkijken naar de aankomende vrachtwagens. Na een gevaarlijke tocht van anderhalf uur kom ik in Naintre aan. Na enig zoekwerk sta ik voor het tehuis "La Barque". Ik word er goed ontvangen door een blinde dame. Ik kan haar leeftijd niet schatten. Ik krijg een kamer toegewezen en het avondmaal is om 19u00.
Ondertussen zijn mijn vrienden, Pol en Nicole aangekomen. Puffend zetten ze hun rugzak af. ‘S avonds eten we samen en maken nader kennis met mekaar. 
Om 21u00 leg ik me in bed.
klik hier om te vergroten
Deze tocht draag ik op aan Frank Maes, Pelgrim en vriend, die samen met duizenden anderen voor mij de Camino deden.

Vorige

Terug naar dagboek

Volgende