| Ik
word om 6u00 wakker van de honger. Door de inspanning van gisteren is
mijn energietank ver leeg, ik sta in het rood. Ik eet drie resterende
appelsienen, gecombineerd met een stuk Italiaanse salami en hoop dat ik
onderweg een bakker vindt die open is. |
 |
| Ik
vertrek om 8u30 en ga via het centrum van St Romain, over de brug van de
Vienne richting Chattelerault. Ik neem de D1, links van mij stroomt de
Vienne en rechts naast de baan zijn er moerasvlaktes met rietvelden en
kreken. De felle Noorderwind is gaan liggen en het is aangenaam stappen
in een gebied waar je na elke bocht geniet van een nieuw uitzicht. Ik
voel me goed, mijn benen doen hun werk zonder te klagen. Mijn rugzak die
twee weken geleden een marteling was voor gans mijn lichaam, wordt
steeds draaglijker, hij is als het ware een deel van mezelf geworden. Ik
heb nochtans honger maar besluit de mooie vallei van de Vienne door te
trekken tot Chatellerault. |
| In
Ingranes zoek ik, zonder resultaat, naar een bakker. Het is 11u00 en ik
heb er twaalf kilometers opzitten. Ik heb er nog drie te gaan, mijn maag
begint vreselijk te keer te gaan, ik drink een slok water, eet een
energiereep met bananensmaak en zet mijn tocht verder. Op de laatste
helling voor ik naar Chatellerault daal, kom ik mijn eerste Pelgrims
tegen. Ze rusten uit op de berm in de schaduw van een esdoorn. We maken
kennis, ze zijn de derde mei vertrokken van Cherbourg en willen ook op
25 juli aankomen in Compostela. Ik verlaat hun en zeg dat ik tot
Chatellerault stap. |
| Ik
vervolg mijn weg en kom, door een lastig stuk autosnelweg, om 11u45 aan.
Ik vraag in het Toeristisch Infobureau om mijn stempel. Bij het
buitenkomen ontmoet ik de twee Normandiërs, die ook hun stempel willen.
Ik zeg hun dat het eigenlijk nog te vroeg is om te stoppen, ik wil
verder trekken. De bediende van het infobureau vertelt ons dat er in
Naitre een opvangcentrum is voor Pelgrims. Dit dorpje ligt 8 kilometer
ten zuiden van Chatellerault. We bestellen voor drie personen. Ik
verlaat de medepelgrims en zoek een snack waar ik een baguette met ham
in mijn lege tank sla. Mijn energie komt terug. |
 |
Een
oud mannetje komt rechtover mij zitten."Vous-êtes pélerin? Vous
allez à St Jacques? Ik vertel hem waarom ik ga, wanneer ik wil
aankomen. We verlaten samen de snack en hij toont me de oude weg die de
pelgrims namen en dit vanaf de 11de eeuw, het is een bijzonder gevoel te
stappen in de voetsporen van duizenden anderen voor mij. Hij leidt me
naar de Romaanse St Jacobskerk, waar hij een foto van mij maakt. |
| Helaas
is de kerk gesloten tegen dieven. Na de gemoedelijke rondleiding, geef
ik André, zo heet hij, de hand. Hij vond het fijn op zijn leeftijd een
Pelgrim te mogen ontmoeten uit het verre Vlaanderen. |
| Ik
zet mijn tocht verder maar kan de kleine weg die ik wou nemen niet
vinden. Ik ben gedoemd om 8 kilometer te lopen langs de drukke N10. Hier
is er maar een regel, doorstappen en uitkijken naar de aankomende
vrachtwagens. Na een gevaarlijke tocht van anderhalf uur kom ik in
Naintre aan. Na enig zoekwerk sta ik voor het tehuis "La
Barque". Ik word er goed ontvangen door een blinde dame. Ik kan
haar leeftijd niet schatten. Ik krijg een kamer toegewezen en het
avondmaal is om 19u00. |
Ondertussen
zijn mijn vrienden, Pol en Nicole aangekomen. Puffend zetten ze hun
rugzak af. ‘S avonds eten we samen en maken nader kennis met
mekaar.
Om 21u00 leg ik me in bed. |
 |
| Deze
tocht draag ik op aan Frank Maes, Pelgrim en vriend, die samen met
duizenden anderen voor mij de Camino deden. |