| Gisteren
toen we in het centrum van Santiago aankwamen, en voor de Kathedraal
tussen de massa’s mensen stonden, dacht ik waar is dat gevoel waar ik
3 maanden naar streefde. Dat intense gevoel dat ik steeds had toen ik na
mijn tochten aankwam in een kerk, een kapel of in een basiliek. Maar tot
mijn spijt moest ik vaststellen dat er eigenlijk niets in mijn binnenste
omging. Geen enkel gevoel. Op het eerste moment wou ik hier zo snel
mogelijk vertrekken. Na drie maanden eenzaamheid is er die menigte te
veel aan. We volgen de file mensen en stappen via de Heilige deur de
Kathedraal binnen naar het beeld van St. Jacob, en komen via de crypte
van de Heilige Jacobus weer op het "Plaza de la Quintana". We
volgen de pelgrims naar een middeleeuws gebouw waar we onze "Compostela"
kunnen krijgen. Bij het buiten komen wordt Roos aangesproken door een
Engelstalige priester. Hij vraagt waar ze vandaan komt, en antwoord dat
zij van Potes is vertrokken en ik van Vlaanderen. Hij is vol bewondering
over mijn dochter en mij. Hij feliciteert ons en we krijgen als enigen
tussen de honderden pelgrims een welgemeende omarming en hij geeft ons
beiden een kruisje op ons voorhoofd als zegen. Het gevoel van
nonchalance verdwijnt op het ogenblik dat de priester me omarmd en de
honderden pelgrimsogen op mij gericht zijn. De emoties overvallen mij en
alles dringt opeens door mij dat ik het gehaald heb. Ik stap naar
buiten, de tranen de vrije loop latend. Ik ben beschaamd en
tegelijkertijd trots. Een troostend woord van Roos kan niet baten, het
is mij opeens te veel geworden. We besluiten een terrasje te doen en
alles met een frisse pint te laten zakken. Na ons terrasje zoeken we
iets om te eten en we beslissen onze dag te eindigen in de stad en niet
meer verder te trekken richting Fisterre. |
 |
Om
7u30 staan we op en nemen ons ontbijt in de bar onder de kamer die we
gisteren gehuurd hadden en we vertrekken voor een driedaagse naar
Fisterre. Eerst stappen we door het oude stadsgedeelte, waar de
voorbereidingen worden getroffen voor de feestelijkheden op 25 juli, het
feest van St. Jacob. Overal komen we veiligheidsagenten tegen. We
verlaten de drukte en na een uurtje stappen op het asfalt lopen we
gedurende 25 kilometer door een mooie streek die op de Provence lijkt. |
| De
heuvels zijn begroeid met loofbomen, in de dalen zie je meer en meer
palmbomen. Na drie uur stoppen we in het dorpje Aguapesada en eten er
een kleinigheid. Na een half uurtje rust vertrekken we en steken via een
Romeinse brug de Rio Tambre over in Ponte Maceira. Om 16u00 komen we aan
in Negreira, ons einddoel voor vandaag. |
 |
 |
We
eten een slaatje en zoeken de Refugio. Er zijn 25 slaapplaatsen maar ze
zijn reeds allen bezet. We besluiten dan maar buiten te slapen. Andere
alternatieven zijn er niet en gezien het weer heel mooi is en de
vooruitzichten voor de komende dagen uitstekend lijken zullen we beter
slapen dan de pelgrims in de herberg. Om 22u00 liggen we in onze
slaapzak op het gras met boven ons een prachtige sterrenhemel. |
|
|
|
|
|