| Na
een goede nachtrust brengen Frans en Marie Leone me naar Lezame waar ze
me gisteren hebben opgepikt. Na een stevig ontbijt gaan mijn buren de
kust verkennen rond de havenstad Bermeo. We nemen geen afscheid van
mekaar, deze avond eten we samen in Portugalete, het stadje waar ik na
ongeveer 30 kilometer hoop aan te komen. |
 |
| Ik
loop via het St Jacobspad richting Zamudio, een relatief vlak pad
vergeleken met de vorige dagen. Ik loop ook meer in een bewoonde wereld.
Het is 10u00 als ik het centrum van Zamudio bereik, de lichte neerslag
veranderd plotseling van karakter en ik krijg te kampen met felle regen.
In de bossen loop ik dan, bij gebrek aan schuilplaatsen, gewoon door,
maar hier tussen de huizen zou dit wel belachelijk zijn. |
 |
Ik
schuil in het portaal van de kerk tot de regenbui voorbij getrokken is
en na een half uur wachten vertrek ik richting Bilbao. Eerst loop ik
langs appartementsgebouwen, daarna langsheen de luchthaven waar constant
metalen gevaartes op en aan vliegen, telkens met een hels lawaai. |
 |
Het
kabaal van de vliegtuigen is amper achter de rug als ik door stinkende
industriegebieden stap, op, door het zware vrachtverkeer, gevaarlijke
wegen. |
 |
| Om
12u00 stap ik een baancafé binnen en bestel me 2 broodjes met ham. Ik
trek mijn regenkledij uit en laat ze drogen op enkele stoelen. Na mijn
middagmaal vertrek ik, ditmaal zonder mijn Goretex-kledij, de regen
heeft het opgegeven en de zon die soms door de wolken breekt geeft me
een aangenaam gevoel. |
 |
 |
Ik
loop nu door de haven, waar ik geboeid naar twee aalscholvers staar die
tussen de geankerde zeeschepen duiken achter de jonge harders die hier
in de havengeul met honderden rondzwemmen, en soms met grote aantallen
uit het water springen, opgejaagd door de twee gevleugelde vissers. Door
dit gratis spektakel ben ik tijd en moeite vergeten en realiseer me dat
ik in Portugalete ben. |
 |
Het
is 15u30 en rust wat uit in een bar, waar ik door de baas, die na het
bekijken van mijn stempels op mijn Geloofsbrief, mij gratis broodjes en
drank aanbied. Hij is vol bewondering over mijn tocht, zeker als ik hem
uitleg dat ik in Santander via de Picos de Camino Primetivo ga nemen.
Als ik buiten stap roept hij "Ultreya Pelegrino". Ik ga naar
mijn kamer, neem een douche en ga met mijn buren, Frans en Marie Leone
die terug zijn van hun uitstap, avondmalen. Om 22u30 lig ik voldaan in
bed. |
| Deze
tocht draag
ik op aan al mijn overleden collega's van de dienst B2. |
|
|
|
|
|