| Ik
sta op om 4u30. Vandaag wil ik wandelen in de koelte, tenminste de
eerste kilometers. Jean en Marie hebben blijkbaar hun wekker gezet, ik
hoor ze tegen mekaar zachtjes praten. Om 5u30 kom ik beneden en mag
direct ontbijten. Wat zijn ze hier toch gastvrij. Na het ontbijt neem ik
afscheid van Jean. Marie loopt met me mee om me op de juiste weg te
loodsen richting Marcelly-en Beauce. Ik neem afscheid juist voor ik de
stad verlaat, ze wenst me een behouden reis. |
 |
 |
Ik
heb de voorstad nog niet verlaten. Ik krijg enorme krampen in mijn buik.
Ik moet naar het toilet, ik kan het echt niet meer houden, maar in een
villawijk buiten de stad om 6u00 in de morgen is dat niet evident. Ik
loop een voortuin binnen, zet mijn rugzak af en installeer mij tussen
een tuinhuisje en een haag. Sorry voor de ongemakken die ik de tuinman
heb aangedaan maar ik kon niet anders. Niemand heeft me gezien en ik
vertrek met goede moed richting GR35. |
 |
Gedurende
3 uur loop ik in de koelte van de ochtend. De natuur is er prachtig.
Afwisselend bosjes, hooiweiden en hagen van beuk en meidoorn. Om 9u30
kom ik in Ambloy, waar ik de GR verlaat. Ik loop nu op een smalle
asfaltweg in de vallei van een klein beekje, links en rechts van mij
zijn er rietvelden, die grote vijvers omzomen. De nachtegaal is er goed
vertegenwoordigd, evenals de grote- en kleine Karekiet. Voor ik het dal
verlaat rust ik even en drink wat water. Ik kom uit het bosrijke gebied
en loop door akkers, hier is het puffen geblazen, ik heb geen schaduw
meer. |
 |
| In
Prunay-Cassereau doe ik mijn rugzak af en zet me in de schaduw van een
kapel, het is 11u30 en de zon is ondraaglijk. Ik eet een appel en drink
mijn fles leeg. De schaduw heeft me goed gedaan. |
| Om
12u00 vertrek ik en neem de GR35, die me door prachtige bossen naar
Villechauve zal leiden, ware het niet dat ik halverwege het woud geen
wit-rode markering meer vind. Terugkeren heeft geen zin, dan maar op het
kompas lopen, richting zuiden. Na een uur kom ik uit het bos, de bramen
hebben van mijn benen een landkaart gemaakt. Ik loop een braakliggend
veld over en kom op een asfaltweg. |
 |
Ik
blijf zuidelijk lopen en kom in het dorpje Authon aan, zo een 6 km
buiten mijn route. Het is 14u30 en ben nog op 7 km van Château-Renault.
Ik zie het niet meer zitten. Ik heb dorst maar heb geen water meer, maar
ik moet verder. Op die 6 km kaarsrechte weg, loop ik 2uur. Mijn benen
willen niet meer mee. Mijn tenen doen pijn, dit is de hel.
Rond 16u30 laat ik me zakken op de stoel van een terrasje in het
centrum. Ik kan niet meer, ik bestel twee pressions, die ik op 5 minuten
soldaat maak. Ik heb geen zin meer om naar het gemeentehuis te zoeken en
vraag een stempel aan de waard. Als ik wil vertrekken naar mijn
gastgezin, krijg ik een geschenk uit de hemel. Ik denk eerst dat ik
droom, een Fatamorgana of zo, maar neen ik droom niet. Mark DeVuyst en
Christoffe Marinelli staan voor mij. Op 511 kilometer van huis hebben ze
me hier gevonden op een terras in een klein stadje aan de oevers van de
Brenne. De wonderen zijn de wereld niet uit. We omarmen mekaar. Ik
zeg mijn gastgezin op, leg uit waarom. De mensen hebben begrip. We
zoeken samen een overnachtingsplaats. Eten, drinken en praten tot 1u00
's nachts en kruipen dan in bed. Al de vermoeidheid die ik had, is
weg.
Deze helse
tocht doe ik voor mijn collega’s Mark en Christoffe, ze hebben mij er
weer bovenop geholpen. |
|
|
|
|
|