| Na
enig zoekwerk heb ik gisteren een kamertje gevonden op de tweede
verdieping, in het centrum van Markina. Er is een douche op de gang en
daar maakte ik vlug gebruik van. Ik nam eerste een stortbad met mijn bezwete wandelkleren aan en als al het
schuim verdwenen was, trok ik alles uit en deed alles nog eens over, zonder
kleren dan. T-shirt, kousen en broek kunnen de nacht drogen of toch bijna. |
 |
| Na
mijn opsmuk ben ik nog de stad gaan verkennen en heb inkopen gedaan voor
mijn avondeten : een halve kip met stokbrood, ik heb ze op mijn bed met
smaak verorberd en enkele reserves voor onderweg. |
| Ik
neem mijn ontbijt om 6u30 : twee bananen, 1 appel en een doos paté met
het resterende stokbrood van gisteren. Om 7u30 vertrek ik richting
Gernica. De straten zijn nog nat van het onweer dat hier deze nacht over
de stad trok. Er hangt nog een lage bewolking maar het regent voorlopig
niet. |
 |
De
temperatuur is zeker met 10 graden gedaald en ik kan mijne sweater
verdragen. Ik ben nog maar de stad uit en de hemelsluizen gaan open, ik
volg de Camino door de wouden van het Baskenland en het is klimmen
geblazen door het slijkerige pad richting Bolivar. |
| Het
houdt maar niet op met regen, in een schuilhut voor jagers doe ik mijn
doordrenkte kleren uit en doe mijn regenkledij aan, dit had ik al in
Markina moeten doen maar wie had dit gedacht ? |
| Met
droge, waterbestendige kleren zet ik mijn tocht verder tot Bolivar waar
ik om 10u aankom en de eerste mens tegenkom die van mij een fotootje wil
maken voor het monumentje van Simon Bolivar. Door de voortdurende regen
moet het snel gaan. Na 2 pogingen lukt het hem en ik bedank de man voor
zijn moeite. |
 |
| Ik
heb 7 kilometer gestapt en het moeilijkste moet nog komen.Ik vervolg
mijn Camino richting Ziortza waar ik om 11u30 onder een afdak van een
abdij even schuil voor de aanhoudende regen. Ik eet mijn stuk brood met
2 worsten kijkend naar het woeste gebied rondom mij. De regen valt er
met bakken uit, ik heb geen zin om verder te gaan maar door stil te
zitten kan ik me niet verwarmen. Ik verlaat dan maar mijn schuiloord en
stap door de bossen die je met dit weer het gevoel geven dat je er niet
welkom bent. Om 13u00 bevind ik mij op 530 meter hoogte, ik heb een goede
400 meter gestegen en ben ongeveer over de hoogste top van mijn
etappe. |
| De
mist komt meer aanzetten, eerst boven mij in de dennentoppen en even
later overal. Plots zie ik niets meer, ik ben volledig omsluierd door
wolken en ben genoodzaakt te wachten tot dit wolkengordijn verdwenen is.
Gedurende een half uur wacht ik, zittend op mijn rugzak, in de
vervelende regen tot ik terug het pad kan volgen. Beklad door modder en met
een rugzak die 100 kilo lijkt te wegen door het overvloedige water, daal
ik af naar de vallei van de Rio Oka en beland om 15u in het dorpje
Arratzu waar ik in een bar een warme koffie drink en mijn regenkleren
even uittrek. |
|
Ik
vertel aan de enkele mensen met veel gebaren dat ik van België kom en
de 1ste mei vertrokken ben. Ik hoef er niks te betalen en krijg zelfs
nog 2 glazen Cidra aangeboden. |
 |
Na
dit opwarmertje vertrek ik naar Gernika waar ik om 17u vermoeid aankom.
In een groot stad is het zeker niet evident om een slaapgelegenheid te
vinden die past bij een bezwete, stinkende pelgrim, overladen van kop
tot teen met modder. |
| Na
drie pensions te hebben aangedaan, is er toch een brave ziel die mij een
kamer wil ter beschikking stellen. Om 19u, na mijn verkwikkende douche
ga ik naar de mis in het kerkje van Gernika, op dit ogenblik is er in
Galmaarden een herdenkingsmis voor mijn vader. |
 |
Na
de mis zoek ik een kleine eetgelegenheid en vul mijn lege maag met op
het menu onvertaalbare kost, het blijken inktvissen te zijn. De moeite
overvalt mij, ik kan niet vlug genoeg in bed liggen.
Deze
tocht draag
ik op aan mijn vader, Victor Tresignie, geboren op 16 juni 1914. |
|
|
|
|
|