| Goed
uitgerust vertrekken we na een ontbijt in de stad om 8u30. Maité is
ondertussen onze vertrouwde reisgezellin geworden. Voor Roos is ze een
echte vriendin, voor mij een welgekomen geschenk uit de hemel. Ze is van
Spaanse afkomst en spreekt perfect Frans. |
 |
| Enerzijds
is ze met ons niet alleen als vrouw op een verlaten Camino en anderzijds
vertaalt ze alles wat we niet verstaan of niet kunnen uitleggen. Ik hoef
me ook niet meer zo ongerust te maken als Roos enkele meters achter mij
loopt, ze zijn met twee. Ik blijf natuurlijk altijd in de buurt en op
elke heuvel of na elke bocht kijk ik of ze wel volgen. |
 |
We
lopen door het oude stadsgedeelte en bewonderen nog even de kathedraal,
vervolgens lopen we een kleine honderd meter op de 2 kilometers lange
stadsmuur die in het jaar 2, rond Lugo gebouwd is. |
 |
| Het
is toch ongelooflijk, je loopt hier op een stadsmuur die gebouwd is op
het moment dat Maria en Jozef nog volop in de luiers zaten van hun zoon
Jezus. |
 |
We
verlaten het centrum en lopen over de Rio Minio via een Romeinse brug en
volgen de rivier tot we op een splitsing komen van twee paden. Links, de
weg die naar Palas de Rei, op de Camino Frances en rechts het weinig
gebruikte pad, die de Camino Primitivo verbindt met de Camino del Northe
in Sobrado dos Monxes. |
| Ik
neem het pad naar Sobrado en ben zinnens te stappen tot Friol waar we
iets zullen zoeken om te overnachten. De andere pelgrims die in Lugo
verbleven nemen de weg naar Palas de Rei. |
| We
nemen afscheid van mekaar en met zijn drieën vertrekken we naar het
onbekende. De weg is minder goed aangeduid dan de vorige dagen maar op
de splitsing van de wegen is meestal een gele pijl geschilderd en met de
kaart en behulp van een kompas zijn er zeker geen problemen. |
| Althans
niet gedurende de eerste 12 kilometers tot het dorp Boveda waar we om
12u30 aankomen en een oude abdij bezoeken, de Monasterio de Santa
Eulalia. We hebben gedurende drie uur door uitgestrekte wouden gelopen
met hier en daar een verlaten dorpje, met bouwvallige huizen die meestal
overwoekerd zijn door bramen en struiken. |
 |
 |
De
weiden en akkers die we langsliepen waren afgebakend door op elkaar
geplaatste, door de eeuwen heen, verweerde en met mos begroeide stenen.
We rusten uit op een van de afsluitingen en aanschouwen het toch wel
speciale landschap. Het straalt iets mythisch uit en we kunnen er niet
over zwijgen. |
| De
stilte en de ruines in de buurt maken het ons moeilijk om lang te
pauzeren en we vertrekken na een half uurtje rust, wat eigenlijk geen
rust was maar een plagende sfeer rondom ons en zetten onze tocht verder
door een totaal verlaten gebied. |
 |
 |
Om
14u00 stappen we voorbij het dorpje Vilaliz. De tijd is hier blijven
stilstaan, je waant je echt in de middeleeuwen. De enkele huisjes doen
me echt aan ver vervlogen tijden denken. |
 |
| Hier
moeten heksen geleefd hebben, het kan niet anders. De dieren kunnen hier
waarschijnlijk nog spreken. Ik vraag aan mijn twee metgezellen een
stapje door te zetten, ik hou niet van dit akelig gebied. Ik heb de
indruk dat we voortdurend bespied worden door de overleden inwoners van
de verlaten huisjes... |
| We
lopen verder en komen om 15u30 in Pardellas aan, eindelijk de bewoonde
wereld ! Er is een bar waar we gretig gebruik van maken om even uit te
rusten en onze ervaringen te vertellen. Roos en Maité hadden de zelfde
indruk als ik over het gebied dat we doortrokken. De vermoeidheid begint
te wegen en we hebben nog 6 kilometers te stappen tot Friol. We eten een
stuk energiereep en vertrekken. |
 |
Buitengekomen
is het aan het regenen. We komen doornat in Friol aan om 17u00. We
zoeken er een plaats om te overnachten en vermoeid door de lange en toch
wel speciale tocht vallen we in slaap. Dromend van heksen, weerwolven en
ander plagend gespuis. |
|
|
|
|
|