| Goed
uitgeslapen ontwaak ik met de opkomende zon, het is 6u30 en ik heb nog
even tijd om mijn inboedel eens na te kijken. Ik doe het vandaag
langzaam, het is een korte etappe van iets meer dan 20 kilometer. Françoise,
de vrouw des huizes, is reeds vertrokken. Ze is zelfstandig verpleegster
en moest om 6u00 haar eerste patiënt verzorgen. Ik neem mijn ontbijt
met haar man, zijn naam ontsnapt mij. |
 |
 |
Na
het ontbijt nemen we enkele foto’s van mekaar en ik vertrek. Ik weet
niet hoe het komt maar elke morgen als ik afscheid neem van de gezinnen,
is het met tranen in de ogen, nochtans kennen we mekaar pas 24 uur. |
Ik
verlaat Moree en loop een klein uur op de N157. In Fretevalle neem ik
rond 9u30 een kleine asfaltweg die me langsheen de Loir naar Pezou zal
loodsen. Het landschap verandert constant. De enorme velden maken plaats
voor weilanden, waar bruine koeien grazen. Aan de horizon zijn de
heuvels begroeid met loofbossen en de oevers van de Loir zijn begroeid
met afwisselend rietvelden en populierbosjes.
Om 11u30 kom ik voorbij het dorpje Pezou. Ik laat mijn rugzak vallen en
zet er mij op om eens echt te genieten in de schaduw van een Es. Ik
drink een slok water, trek mijn schoenen uit, laat mijn zweetkousen even
drogen. Ik leef zoals “Dieu en France”. |
| Na
mijn rustperiode neem ik de GR 35, er staat een plaatje Vendome 2u30. Ik
zal me vandaag niet vermoeien. Morgen en overmorgen zal het heel zwaar
zijn, twee maal 35 kilometer. Dus vandaag pianissimo. |
 |
| Mijn
rustpauze is echter van korte duur. Blijkbaar had ik mijn Pelgrimsstok
iets te dicht bij een wespennest gezet, de beestjes waren niet helemaal
akkoord. Eerst vallen ze mijn stok aan en dan mij. Ik neem mijn stok in
mijn linkerhand, mijn rugzak onder mijn rechterarm en haal een 100 meter
sprint uit tot ik het gezoem rond mijn oren niet meer hoor. Ik voel mijn
hart tot in mijn keel kloppen, dat is niet gezond met zo een hitte.
Gelukkig loop ik hier alleen, het zal nogal een zicht geweest zijn. Ik
kom op adem en wil mijn rugzak aantrekken maar zie dat er toch nog een
geniepigaard meegereist is : hij zit in een plooi onder mijn slaapzak.
Hij is niet meer. |
| Ik
vervolg mijn tocht en ga tussen koolzaadvelden en bosjes richting St
Firmin-les Pres. De zon brandt op mijn armen en benen, het zweet loopt
van mijn rug. Het is zeker 30 graden en nu heb ik niets van schaduw. Ik
zeg het niet graag, maar ik zie af. Rond 14u00 kom ik in St
Firmin-les-Pres aan maar zoals gewoonlijk is er geen drankgelegenheid.
Ik loop dan maar voort en stop een half uur later aan de kasteelmuur van
het dorp Meslay. Ik leg me, volop genietend van de schaduw, tegen mijn
rugzak, eet 2 appelsienen en een droge worst met brood. Ik drink mijn
fles leeg, het water is lauw. Om 15u30 vertrek ik en verlaat de GR voor
een brede asfaltweg, na 3 kilometer zwoegen door de hitte kom ik in het
centrum van Vendome. |
 |
Een
jonge vrouw komt naar me toe en vraagt of ik iets zoek. Ik wil mijn
stempel halen in de Mairie maar ben te moe om nog deftig na te denken.
Ze gidst me naar het gemeentehuis waar ik mijn stempel krijg. De airco
doet me deugd. Buitengekomen vraag ik de vrouw of ze iets mee wil gaan
drinken, ik stik van de dorst. Ze stelt voor mee te rijden naar huis,
even buiten de stad, ze moet haar kinderen afhalen. Ondertussen kan ik
een verfrissend stortbad nemen en een pintje drinken. |
| Als
ze terug komt met de drie kinderen ben ik reeds gewassen en heb ik me te
goed gedaan aan een blikje bier. Ze steekt mijn zweterige kleren in de
wasmachine en we doen ondertussen een gezellige babbel. Ik vertel haar
dat ik om 18u00 een afspraak heb voor Madeleinekerk in Vendome. Ze rijdt
me naar het centrum waar mevrouw Cochet wacht voor de kerk. |
 |
 |
We nemen afscheid en ik vertrek nu te voet met mijn nieuwe gastvrouw. We
hangen te samen de nog natte kleren aan de draad. Ze stelt me haar man
voor. Ik krijg een kamer met badkamer op het eerste verdiep. Het
avondeten zal rond 19u30 klaar zijn. Met de auto krijg ik een
uitgebreide "guidage" door de stad, Jean is niet zo goed meer
te been en ik momenteel ook niet. Het is echt een stad om nog eens terug
te komen. Na het avondeten ga ik slapen. Om 21u45 lig ik in bed. |
| Ik
draag mijn tocht op aan Pierre en Georgette, enkel zij en ik weten
waarom. |
|
|
|
|
|