| Ik
sta op om 6u30 en maak me, zoals elke morgen, klaar. Beneden zijn de
Conturiers druk bezig het ontbijt klaar te zetten. Mijnheer Coturiers
legt me uit hoe ik best Châteudun verlaat en wijst me de goede weg
richting Moree. Ik neem afscheid, na mijn veel te groot ontbijt, de
mensen willen mij volproppen met van alles. |
 |
| Vandaag
stap ik voor een heel speciale man, iemand waar ik al heel mijn leven
heb naar opgekeken. Ik voel me eigenlijk een beetje verbonden met hem.
Waarom kan ik eigenlijk niet uitleggen, er zijn zo van die mensen. Ik
was acht jaar en moest een groot drama verwerken, mede met mijn en zijn
familie. Ik herinner het mij nog alsof het gisteren was. Ik lag wenend
in mijn bed toen de klokken luidden. |
| Samen
met hem en nonkel Pitter en daarna met zijn zoon Michel, mijn
schoonbroer, heb ik de kunst van het bouwen geleerd. Het is dan ook daardoor
dat ik in de bouwwereld verzeild geraak ben. Robert, ik hoop je nog vele
jaren te mogen kennen, in Moree steek ik een kaars aan ter nagedachtenis
van Suzanne. |
| Ik
loop op de D924, een drukke baan, en kom voorbij een militair domein.
Daar verlaat ik het asfalt en loop nu op een grindweg richting La
Chapelle-du-Noyer. Het weer is prima, de zon is al van de partij. Ik
voel me prima. Ik kom rond 9u30 in La Chapelle-du -Noyer, een dorpje met
een 20-tal huizen en stap verder door bosjes, weiden en velden naar
Autheuil waar ik ongeveer de zelfde huisjes en kerkje voorbij loop. Ik
stel me steeds de vraag waar die mensen werken en wat hun hobby’s
zijn. Op de velden zie je niemand, het enige wat je hoort is het groeien
van de gewassen. |
| Om
12u00 stop ik in Bouche d'Aigre waar ik mijn boterham met hesp opeet,
met die hitte heb ik weinig honger maar heel veel dorst. Ik drink dan
ook tijdens mijn rustpauze mijn ganse fles water leeg. Na een half
uurtje rust vertrek ik door moerasbosjes richting Moree. Ik volg de
oevers van de Loir op een pad tussen bamboestengels en riet en dat tot
in het dorp St Hillaire- Gravelle, waar ik rond 14u00 in de bewoonde
wereld kom. |
 |
Daar
zie ik voor de eerste maal vandaag mensen. Als ik er voorbij loop en
goeiedag zeg, vragen ze mij of ik naar Compostela trek. Ik krijg een
volle kruik water en geef mijn adres. Ze vragen mij eens te bidden voor
hun in Compostela. Ik verlaat het lieve koppel en stap met volle moed
richting Moree waar ik om15u30 in het gemeentehuis binnenstap en mijn
stempel krijg. |
| Ik
drink nog een pression in het plaatselijk café en zoek mijn gastgezin
op. De heer en mevrouw Chaillou verwelkomen me hartelijk. Ik neem een
verfrissende douche en na het avondeten ga ik naar bed. Morgen loop ik
naar Vendome, een korte tocht van 21 kilometer. De boog moet niet altijd
gespannen staan hé ?!! |
 |