| Ik
ontwaak om 6u00 en maak me klaar zoals elke morgen. Naar een ontbijt
hoef ik niet te wachten en vertrek rond 7u30 richting San Sebastian,
Donostia in het Basks. Door de laaghangende wolken over de bergen
verkies ik de route te nemen die me via de N1 door het dal van de Rio
Ofartzun zal brengen. |
 |
 |
Ik
loop tot 11u00 op deze, door het zwaar verkeer heel gevaarlijke weg die
enorm stijgt en daalt. Het is vooral in de haarspeldbochten dat het
uitkijken geblazen is. In het dorpje San Narziso kan ik opgelucht een
kleine asfaltweg nemen door het gebergte tot het stadje Lezo met zijn
speciale kerk uit de 18de eeuw. |
| Ik
stap door tot Errenteria waar ik tussen fabrieksgebouwen loop. Het is
eigenlijk een ongezellige buurt maar ik heb honger en dorst. Ik stap een
bar binnen, bevolkt door arbeiders die hun middagpauze nemen. Ik bestel
me twee broodjes belegd met sardienen en drink een Serveza. Ik heb nood
aan een babbel met het volkje aan de toog, maar de taal is mijn grote
probleem. |
 |
| Ik
vervolg mijn weg, eenzamer dan ooit, door de grijze voorsteden van San
Sebastian. Na 2 uur stappen door het hels lawaai van de
havenbedrijvigheid kom ik rond 15u00 in het centrum van de stad aan, ik
volg de kustlijn en zoek tevergeefs een kerk die open is. Ik vraag aan
een man waar ik de jeugdherberg "la Sirena" kan vinden en toon
hem de lijst van de fietsers uit Vlaanderen. |
 |
Ik
moet ten westen van de stad de bergen in trekken en richting Zarauz. Om
16u30 kom ik uitgeput van mijn dagtrip en van de fameuze klim voor het
jeugdhuis te staan die tot mijn grote ergernis gesloten is. Ik ben in
alle staten maar terugkeren doe ik niet, ik heb maar één keuze en dat
is verder lopen. |
|
Na
een klim van nog 1uur, kom ik aan een hotelletje waar ik achteraan een
slaapgelegenheid krijg. Na een tocht van 10 uur leg ik me uitgeput op
mijn matras, eten zal ik morgen doen.
Deze
tocht draag ik op aan
al mijn logistieke sponsors, hoe groot of klein hun bijdrage ook is. |
|
|
|
|
|