| Om
6u00 word ik wakker door het aroma van verse koffie. Pierre en Dominique
Tounisson, die me gisteravond echt verwend hebben zijn al druk in de
weer. Mijn kleren die ik gedurende dertien dagen draag, liggen gewassen
en gedroogd op de keukenstoel. Dominique heeft ze gisterenavond in de
wasmachine gestoken, waarschijnlijk kon ze de stank niet meer aan. |
 |
| Ik
krijg een uitgebreid ontbijt. Het zijn diepgelovige mensen, voor het
ontbijt bidden ze samen voor mij. Ze zijn er van overtuigd dat ik
Compostela zal halen, mede met de steun van Maria. Ze
vragen mij een kaars te laten branden in Chartres en dit voor,
Marie-Claude een 37 jarige vrouw die lijdt aan MS, ze is zwanger van een
tweeling, en eveneens voor Laurence, een vriendin des huizes die lijdt
aan kanker. Met de belofte dit zeker te doen, neem ik afscheid en
vertrek ik om 8u30, richting Chartres. |
 |
Ik
loop voorbij het gemeentehuis waar ik gisteren mijn stempel kreeg. Naast
het stadhuis, bevindt zich een monumentje met de buste van generaal
Patton, die hier te samen met de oud-burgemeester van St Symphorien- le-
Chateau, overnacht heeft met zijn leger tijdens zijn bevrijdingtocht
richting Bastogne. |
| Ik
loop door de dorpjes Blery en Montlouet, waar ik telkens verwelkomd word
door het gezang van Putters en Europese kanaries. Om 9u30 kom ik in het
dorp Gallardon, gekenmerkt door zijn heel speciale kerk. De voorzijde is
Romaans, de achterzijde Gotisch. In het dorpje Pont Gallardon verlaat ik
de bewoonde wereld en kom oog in oog te staan met enorme vlaktes
tarwevelden. |
 |
| Daar
loop ik gedurende twee uur door, mijn enige gezellen zijn leeuweriken,
die hoog boven mij hun zangkunst ten prijze geven, gierzwaluwen die met
hoge snelheden over de nog groene tarwe scheren en een jagende grauwe
kiekendief die rare duikvluchten maakt over de velden. Als Brel zong
over Vlaanderen “son plat Pays”, dan had hij waarschijnlijk dit
stukje natuur niet gezien, hier zie je de Kathedraal van Chartres vanop
20 kilometer afstand aan de horizon. Om 12u30 kom ik in Coltainville en
rust even uit in het enige restaurant. Op mijn tocht had ik, buiten
enkele voorbijrijdende auto’s, niemand tegengekomen, maar het
restaurant zit bomvol. Na mijn rustpauze vertrek ik om 13u30 richting
Chartres. |
 |
De
kathedraal komt heel langzaam dichterbij. Door zijn omvang heb ik de
indruk dat ik er met mijn vingertoppen aankan, maar ik stap er nog drie
uur over. Om 16u30, na een stevige helling, sta ik voor het enorme
gebouw. Ik word er onmiddellijk opgevangen en rondgeleid door Jacques en
Frank, van l'Association des amis de St Jacques d'Eure et Loire. |
Ze
vragen of ik voor deze avond al onderdak heb. Dit heb ik al, ik mag
slapen bij de familie Charpentier. Dominique en Pierre hadden dit voor
mij geregeld. Ik krijg een grondige rondleiding in de kathedraal met
zijn indrukwekkende "vitraux" en het Labyrint. Om 18u30 klop
ik aan bij de familie Charpentier waar ik onthaald wordt op een stevig
avondmaal. Om 22u00 leg ik mij na een gemoedelijke babbel, in bed.
Deze tocht draag ik op aan al mijn collega's van de Burgerlijke
Bouwkunde. |
 |
|
|
|
|
|