| Om
6u word ik wakker en zie dat Roos haar bed leeg is. Het is niet haar
gewoonte vroeger op te staan als ik, haar rugzak staat nog op de zelfde
plaats als gisteravond. Ik vlieg uit mijn bed, bots met mijn hoofd tegen
het bed boven mij en loop met een pijnlijke hersenpan naar buiten maar
ik kan Roos niet vinden. |
 |
| Alles
is hier in dit oude gebouw nog donker, ik zoek in paniek met mijn
zaklamp het hele pand af en twee kamers verder zie ik een opgevulde
slaapzak, ons Roos heeft blijkbaar geslaapwandeld. Ik maak haar wakker
en vraag wat ze hier zit te liggen. |
 |
Ze
beweert dat mijn snurken ondraaglijk was deze nacht en dat ze moest
verhuizen door mijn gebrul. Ik snurk nooit, ze zal dit gedroomd hebben
… Door die zware tochten hoor je ’s nachts soms rare dingen, zeker
als je in een oude abdij slaapt. We maken ons klaar en vertrekken
kibbelend tegen elkaar over de voorbije nacht richting Salas. |
| Het
mooie weer van gisteravond is verdwenen, we lopen terug in de regen. Het
pad loopt door uitgestrekte bossen, regelmatig zien we reeën, die
geschrokken wegvluchten door het gezang van Roos die maar niet kan
ophouden met het zingen van de eerste 4 woorden van het lied “O Solé
mio”, met een operastem waar de glazen van breken. |
 |
 |
Ik
heb er hoofdpijn van gekregen of is het van mijn contact met het
stapelbed ? Maar haar gekwetter helpt, de wolken konden het blijkbaar
ook niet meer horen en verdwijnen, het zonnetje laat haar van haar goede
kant zien en we lopen door tot Salas waar we om 11u aankomen en iets
nuttigen. |
| Om
12u vertrekken we richting Tineo. We bevinden ons nu op 240 meter en
klimmen naar 700 m door de ongerepte bossen. |
 |
Het
is soms moeilijk stappen, het pad is modderig door de regen die er de
laatste dagen is gevallen. Om 12u30 verlaten we het bospad om gedurende
een half uurtje op een hoogte van 640 m op een asfaltweg te
stappen. |
 |
| We
doen de dorpjes Porciles en Bodeyana aan en stoppen in La Espina waar we
ons tegoed doen aan een tapa. |
 |
Om
15u zetten we onze tocht verder door de bossen op een pad waar de modder
soms de bovenzijde van ons schoeisel reikjt, op sommige plaatsen zelfs
hoger. |
 |
| Daar
moeten we ons een weg banen via de muren die de percelen weiland van
mekaar scheiden. Nu begrijp ik waarom de mensen hier met houten klompen
lopen met 4 stokjes onder, dit is gewoon om boven de modder te lopen.
Het is wel een raar zicht als ze op de gewone weg stappen. |
| In
El Pedregal verlaten we even de stinkende modder, we zijn beklad van
onder tot boven met een mengsel van koeiendrek en vieze, zwarte smurrie.
We wassen er het meeste af aan een oude wasplaats die je in elk dorp nog
vind maar geen dienst meer doet en rusten even uit op de arduinen stenen
die dienst deden om de was op uit te kloppen. |
 |
 |
We
beslissen onze laatste 6 kilometer te stappen op een asfaltweg, modder
hebben we vandaag genoeg gezien. Om 18u komen we na een moeilijke en
lange dag van 32 km aan in het stadje Tineo. |
 |
|
We
lopen het eerste hostalletje binnen dat we tegenkomen, er is ook wel een
gratis refugio maar we willen ons eens goed wassen.We vinden dat we die
luxe verdiend hebben !
Deze tocht wil Roos opdragen aan alle zonnetjes in haar leven ! |
|
|
|
|
|