| Om
5u30 staan we op, de rest van de kamer is nog in dromenland. We maken
ons in stilte klaar, eten de restjes van gisteravond op als ontbijt en
vertrekken om 6u30 richting Grado. De regen nemen we erbij, het wordt
een gewoonte te stappen in druilerig weer. |
 |
| We
volgen de Sint-Jacobschelpen en de gele pijlen die regelmatig
aangebracht zijn. Het is een bosrijke streek met in het dal
hoofdzakelijk eiken, hazelaars en kastanjes en op de hoger gelegen
hellingen eucalyptusbomen. |
 |
 |
Om
10u30 komen we na een tocht van stijgen en dalen door een mooi groen
gebied in het dorp Penaflor, waar we een broodje eten en onze benen eens
strekken. Na het gedurig stijgen en dalen is dit even nodig. Om 11u30
zetten we onze tocht verder en lopen door de stad Grado waar we even,
zonder echt te stoppen, de zondagmarkt, bezoeken. |
| Maar
we hebben zin om verder te stappen en vervolgen onze weg richting San
Juan de Villapanada. Na een stevige klim van ongeveer 400 meter bereiken
we het dorpje Santuario del Fresno. Zwetend van de inspanning van het
stijgen met onze regenkleren aan, zetten we ons op onze rugzakken en
drinken de laatste slokken uit onze flessen. |
| Het
weer verbetert zienderogen en we laten de goretexen drogen op het lage
struikgewas. Nu de wolken verdwijnen krijgen we meer zicht op de
omgeving. In de verte zien de we de bergtoppen die we de komende dagen
over moeten en onder ons de vallei van de rio Narcea. |
 |
| Na
onze rustpauze, dalen we via een asfaltweg af door weilanden en lopen
door de dorpjes San Marcelo en Doriga om om 15u aan te komen in het
stadje Cornellana waar we beslissen te overnachten in de herberg voor
pelgrims. Het is een oude abdij, gesticht in de 19de eeuw en we hebben
de monasterio de San Salvador voor ons alleen maar ze wordt pas geopend
om 19u. |
| In
afwachting besluiten we om in de Rio onze vuile kleren te wassen tot een
vrouw ons vraagt mee te komen. Ze woont naast de abdij en had ons bezig
gezien met het sorteren van onze kleren. Ze stelt voor de was voor ons
te doen en in afwachting geeft ze ons nog een fles Sidra en een brood
met kaas en ham. We genieten op een bank van het eten dat we gekregen
hebben. Op zo’n momenten besef je hoe mooi het leven kan zijn
… |
 |
Om
19u30 komt de verantwoordelijke van de abdij de poorten openmaken.
Ondertussen zijn onze kleren gewassen en gedroogd en kunnen we als
koningen in een gerestaureerd erfgoed logeren. De camino primitivo is
zwaar maar de mensen zijn er buitengewoon vriendelijk, hier worden
pelgrims na hun dagtocht echt verwend ! |
| Met
een voldaan gevoel gaan we om 21u30 slapen, in de albergue de peregrinos
van Cornellana. Voor de natuurvrienden, enkele waarnemingen :
goudvinken, boomvalk en havik in de bosrijke gebieden, ijsvogel en
waterspreeuw langs de visrijke rivieren. |
| Deze
tocht dragen we op aan Johan en Roland die vanaf nu fietsend naar
Santiago rijden en hopen dat ze zonder problemen en met goed weer hun
doel kunnen bereiken. |
|
|
|
|
|