Maandag 10 mei : Chantilly - St. Denis

Ik word wakker rond 5u30, alles is nog stil.  Ik probeer zo weinig mogelijk lawaai te maken.  Gisteravond na het avondeten heeft de gastvrouw Annabel me alles getoond in de keuken  voor mijn ontbijt, moest ik eerder willen vertrekken.  Ik kan moeilijk aan die vriendelijke mensen zeggen dat ik om 6u30 wil vertrekken, en dat ik mijn ontbijt wil om 6u00. Ik maak me zo stil mogelijk klaar en verlaat mijn kamer. klik hier om te vergroten
In de living moet ik even zoeken naar de schakelaar want het is nog donker buiten.  Alles staat klaar, ik hoef enkel op de knop van de "percolateur" te drukken.  Op mijn bord ligt er een briefje. "Marc, ç' est OK pour mardi soir chez Monsieur et Madame Ozanne, 6 rue du Commandant de Lareinty à Saint Cloud".  Dus moet ik voor dinsdagavond terug niets zoeken.  St. Cloud ligt wel weer iets uit mijn route, maar dat neem ik er wel bij.
Ik vertrek als een dief in de morgen rond 7u45 en loop door Cantilly, voorbij het kasteel moet ik kiezen.  Ik zoek de N16, maar kan geen aanduiding vinden.  Dan maar op kompas, mijn kaart laat ik in de hoes met die tergende regen, ik moet toch naar het zuiden.  Dus neem ik de meest zuidelijke weg.   klik hier om te vergroten
Na anderhalf uur in het woud "Foret de Chantilly" te stappen, kom ik op een rondpunt waar veel verkeer is.  Pas nu zie ik dat ik uitkom op de D323a, het houdt niet op met regenen en ben ten einde raad.  De auto's razen richting Parijs.  Ik kan kiezen, of verder lopen op de drukke steenweg richting Parijs, of terug keren naar Chantilly.  Ik keer terug naar Chantilly waar ik rond 10u00 aankom.
klik hier om te vergroten  Ik vraag aan een voorbijganger welke weg ik moet nemen voor St. Denis en hij geeft me de juiste weg, de N16.  Ik was 1 straat mis maar heb twee uur verloren. Met nieuwe zelf opgedragen moed, ga ik richting Parijs.  Ik zie de eerste pijl "Paris 35km".  De regen stopt, en ik zet me even tegen de reling van een brug om mijn overbodige kleren uit te trekken.  De N16 is een brede drievaksbaan en er is heel veel verkeer.  Ik verlies drie maal mijn hoed, die wegwaait door voorbijrazende vrachtwagens.  Dit is echt een dodentocht, niet voor de kilometers, maar door het zware verkeer. 
In le Mesnil-Aubry kan ik even een gewone baan nemen.  Ik kom vermoeid in het centrum aan.  Het is 13u30, ik heb nog niets gegeten en wil rusten.  In het "Cafe de la Mairie" eet ik een baguette met ham en drink drie pressions.  Ik blijf een uur zitten, kijkend naar mensen die binnen en buiten gaan, en vertrek.  Ik neem niet terug de N16, maar ik kies voor een landweg op een afstand van 10 meter, evenwijdig lopend met die drukke baan.  Op een afsluiting zit een Roodborsttapuit te kwikken met zijn staart, alsof hij me wil aanmoedigen voor de laatste kilometers.  klik hier om te vergroten
In Sarselles heb ik nog 5 kilometers te gaan.  Kapot door de regen en het drukke verkeer, rust ik even tegen een verlichtingspaal.  De auto's razen mij voorbij, ze brengen hun chauffeur naar huis, de dagtaak zit er op.  Ik heb nog een uurtje te stappen, zet me verkrompen recht.  Ik wil ook naar huis, gezellig thuis komen, de haard aansteken, een glaasje wijn....
Om 18u00 kom ik aan voor mijn hotel in St. Denis, na een korte, maar angstaanjagende tocht, door woongebieden die ik niet kan omschrijven, een wereld die vol gevaren zit, "Appocaliptis".  Galmaardenaren, wat zijn we toch gelukkig.
Ik neem een douche, leg alles klaar voor morgen, op mijn kamer in het Citea Hotel. Ga vlug wat inkopen doen. Ik eet op mijn kamer : sardientjes met een baguette en een glaasje wijn. Morgen ontbijt ik om 7u30. 
Deze tocht draag ik op aan Jos, René en Roger, de mannen van de "wegen".

Vorige

Terug naar dagboek

Volgende