| Ik
word wakker rond 5u30, alles is nog stil. Ik probeer zo weinig
mogelijk lawaai te maken. Gisteravond na het avondeten heeft de
gastvrouw Annabel me alles getoond in de keuken voor mijn ontbijt,
moest ik eerder willen vertrekken. Ik kan moeilijk aan die
vriendelijke mensen zeggen dat ik om 6u30 wil vertrekken, en dat ik mijn
ontbijt wil om 6u00. Ik maak me zo stil mogelijk klaar en verlaat mijn
kamer. |
 |
| In
de living moet ik even zoeken naar de schakelaar want het is nog donker
buiten. Alles staat klaar, ik hoef enkel op de knop van de
"percolateur" te drukken. Op mijn bord ligt er een
briefje. "Marc, ç' est OK pour mardi soir chez Monsieur et Madame
Ozanne, 6 rue du Commandant de Lareinty à Saint Cloud".
Dus moet ik voor dinsdagavond terug niets zoeken. St. Cloud
ligt wel weer iets uit mijn route, maar dat neem ik er wel bij. |
| Ik
vertrek als een dief in de morgen rond 7u45 en loop door Cantilly,
voorbij het kasteel moet ik kiezen. Ik zoek de N16, maar kan geen
aanduiding vinden. Dan maar op kompas, mijn kaart laat ik in de
hoes met die tergende regen, ik moet toch naar het zuiden. Dus
neem ik de meest zuidelijke weg. |
 |
| Na anderhalf uur in het woud
"Foret de Chantilly" te stappen, kom ik op een rondpunt waar
veel verkeer is. Pas nu zie ik dat ik uitkom op de D323a, het
houdt niet op met regenen en ben ten einde raad. De auto's
razen richting Parijs. Ik kan kiezen, of verder lopen op de drukke
steenweg richting Parijs, of terug keren naar Chantilly. Ik keer
terug naar Chantilly waar ik rond 10u00 aankom. |
 |
Ik
vraag aan een voorbijganger welke weg ik moet nemen voor St. Denis en
hij geeft me de juiste weg, de N16. Ik was 1 straat mis maar heb twee
uur verloren. Met nieuwe zelf opgedragen moed, ga ik richting
Parijs. Ik zie de eerste pijl "Paris 35km". De
regen stopt, en ik zet me even tegen de reling van een brug om mijn
overbodige kleren uit te trekken. De N16 is een brede drievaksbaan
en er is heel veel verkeer. Ik verlies drie maal mijn hoed, die
wegwaait door voorbijrazende vrachtwagens. Dit is echt een
dodentocht, niet voor de kilometers, maar door het zware verkeer. |
| In
le Mesnil-Aubry kan ik even een gewone baan nemen. Ik kom vermoeid
in het centrum aan. Het is 13u30, ik heb nog niets gegeten en wil
rusten. In het "Cafe de la Mairie" eet ik een baguette
met ham en drink drie pressions. Ik blijf een uur zitten,
kijkend naar mensen die binnen en buiten gaan, en vertrek. Ik neem
niet terug de N16, maar ik kies voor een landweg op een afstand van 10
meter, evenwijdig lopend met die drukke baan. Op een afsluiting
zit een Roodborsttapuit te kwikken met zijn staart, alsof hij me wil
aanmoedigen voor de laatste kilometers. |
 |
| In
Sarselles heb ik nog 5 kilometers te gaan. Kapot door de regen en
het drukke verkeer, rust ik even tegen een verlichtingspaal. De
auto's razen mij voorbij, ze brengen hun chauffeur naar huis, de dagtaak
zit er op. Ik heb nog een uurtje te stappen, zet me verkrompen
recht. Ik wil ook naar huis, gezellig thuis komen, de haard
aansteken, een glaasje wijn.... |
| Om
18u00 kom ik aan voor mijn hotel in St. Denis, na een korte, maar
angstaanjagende tocht, door woongebieden die ik niet kan omschrijven,
een wereld die vol gevaren zit, "Appocaliptis".
Galmaardenaren, wat zijn we toch gelukkig. |
Ik
neem een douche, leg alles klaar voor morgen, op mijn kamer in het Citea
Hotel. Ga vlug wat inkopen doen. Ik eet op mijn kamer : sardientjes met
een baguette en een glaasje wijn. Morgen ontbijt ik om 7u30.
Deze tocht draag ik op aan Jos, René en Roger, de mannen van de
"wegen". |