| Na
een goede nachtrust en met de goede herinneringen van gisteravond staan
we op en maken ons klaar voor een tocht van 29 kilometer naar het stadje
Pola de Siero. Het heeft de ganse nacht geregend maar nu zijn er brede
opklaringen. |
 |
 |
We
vertrekken uit Infiesto om 8u30 en volgen de vallei van de Rio Pilona
door een bosrijke streek. Het weer is aan de betere hand, de zon laat
zich af en toe van haar goeie kant zien maar met een strakke
Noordoostenwind is een “fleese” geen overbodige luxe. |
| We
lopen door enkele kleine dorpjes met kleurrijke huisjes, meestal in het
blauw geschilderd maar er zijn er ook met roze en gele gevels. Naast de
huizen merken we regelmatig houten schuurtjes op granieten palen. Tussen
de steunberen en het speciale gebouw staan telkens platte ronde stenen,
met een diameter van 80 cm en een dikte van 10 cm. |
| Deze
ronde, stenen schijven zijn er tussen geplaatst om te beletten dat het
ongedierte, zoals ratten en muizen via de palen de schuur zouden
binnendringen. Deze paalschuren, “horreos”, genaamd, doen dienst om
graan te stockeren. |
 |
| In
Baskenland “Cantabrie” heb ik deze niet tegengekomen, dus is dit
waarschijnlijk typisch voor Asturia. Om 11u30 komen we in het stadje
Nava aan, waar we ons tegoed doen aan enkele “tapas” en een glas
“sidra”. We praten over de dinges des levens, zoals dat soms gaat
tussen vader en dochter, tot er op een bepaald moment een vrouw ons in
het Engels aanspreekt en vraagt welke taal we eigenlijk spreken. Ze
dacht dat we Duits waren, “Galmaards” lijkt voor buitenlanders dus
Duits ! |
| We
leggen uit waar we vandaan komen en waren we deze nacht willen slapen.
We leggen haar ook uit dat het hier niet gemakkelijk is om je
verstaanbaar te maken en ze moet ons gelijk geven. In Asturia kennen ze
maar één taal en dat is “Spanish” en ze doen hier geen enkele
moeite om een andere taal te spreken, ook niet voor pelgrims. Zij kan
het weten, ze is licentiate Engels en geeft les aan de Hogere School in
Nava. Na een uurtje uitleg weten we dat ze getrouwd is met een Amerikaan
en tot over 2 jaar in Pennsylvania woonde, en met haar gezin
teruggekeerd is naar haar roots in Asturia. |
| Ze
nodigt ons uit om bij haar te komen eten. We leggen haar uit dat we nog
15 km te stappen hebben, maar ze blijft aandringen en we stappen in haar
auto om een kwartier later in een bergdorpje aan te komen. |
 |
We
bezoeken eerst haar man die een alleenstaande, oude boerderij aan het
restaureren is, ze willen er een vakantieverblijf van maken. Daarna
krijgen we als maaltijd kip met pasta. Het ganse gezin is aanwezig, een
zoon van 16 en twee dochters van 14 en 13 jaar oud. Het is zo gezellig
dat we door het praten de tijd vergeten zijn. |
| Ondertussen
is het 17u geworden en we kunnen nu nog moeilijk 15 kilometer stappen,
maar geen nood we mogen bij de familie blijven logeren. We verkennen het
dorp en de omgeving, Marianne vraagt ons om mee te komen naar de stad.
Ze geeft om 20u avondschool Engels en zou het op prijs stellen dat we de
les mee volgen. Roos is dadelijk bereid, ik zet me in een klasje apart
en probeer mijn dagboek te schrijven. Om 21u30 is de les gedaan en
rijden we naar “huis”. |
| Daar
aangekomen hebben de kinderen voor ons een kamer ingericht. Vermoeid
gaan we om 23u naar bed, morgen zal het een dag van 32 kilometer worden,
we hebben onze laatste 15 kilometer die we vandaag door toevallige maar
heerlijke omstandigheden niet konden stappen, morgen nog in te halen. |
| Deze
tocht dragen we op aan onze Jacques die vandaag 60 jaar geworden is en
kan genieten van de eerste dagen van zijn pensioen. We zullen op hem ne
goeie sidra drinken, santé Jacques ! |
|
|
|
|
|