| Nog
steeds niet bekomen van mijn tocht van gisteren sta ik om 6u30 op en
maak me klaar. De pijn in mijn benen is weg maar ik ben nog niet
volledig gerecupereerd. Nochtans wil ik mijn achterstand die ik
gisteren, door mijn eigen schuld opliep, inlopen. Ik wil en moet vandaag
overnachten in Sanguinet, dat leg ik mezelf op. |
 |
| Ik
vertrek om 8u30 en loop binnen in het gemeentehuis. Ik krijg er mijn
"tampon"en bestel voor Nicole en Gilbert twee plaatsen in de
refuge voor pelgrims. Ze hadden me daarvoor gisteren nog gebeld en ik
had hun dat beloofd. Spijtig genoeg kon ik er gisteren niet binnen,'t
was zondag en men moet vooraf bestellen. Maar geen geklaag ik heb goed
geslapen. Ik zet mijn tocht verder en loop gedurende 4 kilometers op de
N10 en kom om 9u30 in het dorp Lavignol aan, waar ik de St Jacobsroute
naar St Jean Pied de Port, mede met Nicole en Gilbert, vaarwel zeg. Ik
ga nu de westelijker lopen door de Landes. |
| Tot
hier toe heb ik weinig rekening gehouden met bestaande wegen naar
Compostela. Thuis had ik alles uitgestippeld en heb altijd de kleinste
wegen en paden genomen. De meeste pelgrims volgen een gids in boekvorm
en komen geregeld op grote onveilige steenwegen. Ik haat deze wegen als
de pest. Ik kom door mijn eigenwijsheid soms in moeilijkheden en loop
een eind verloren. Maar dan zeg ik bij mezelf "Vandaag is morgen
gisteren" en dat helpt. Ik moet zo dicht mogelijk tegen de
Atlantische Oceaan mijn weg naar het zuiden zoeken. |
 |
Ik
loop door oneindig grote wouden op een smalle weg richting Salles. De
dennen geven een aangename geur af. Het is windstil en er hangt een
lichte bewolking. Het is aangenaam stappen in de stilte van het woud,
het enige wat je hier hoort zijn de zangvogels die me hun melodietje
gratis schenken. Af en toe zie je de ondergroei van het woud bewegen
door opgeschrikt wild. Wat er wegvlucht door mijn aanwezigheid kan ik
niet zeggen. De varens die hier groeien stoppen alles tot 1 meter
hoogte. |
| Om
11u30 kom ik in Salles aan, ik heb 13 kilometer gestapt, er resten er
mij nog 22 te gaan. Salles is een toeristische trekpleister, ik zie
hoofdzakelijk Engelse toeristen die hier in de hotelletjes genieten van
het bosrijke gebied, dit in combinatie met de kust kun je geen beter
vakantieverblijf hebben. |
|
Ik wil ook even de toerist uithangen en zet me op een schaduwrijk
terras, de zon is ondertussen door de wolken gebroken en zet terug haar
beste beentje voor. Ik bestel een Pelforth 0,40cl want ik heb er dorst
van gekregen. Tot 12u00 geniet ik van de kleine dingen rondom mij maar
ik moet helaas vertrekken. |
| Ik
vraag aan de waard of hij mijn drinkbus wil vullen en neem afscheid.
Mijn tocht gaat nu gedurende vier uur langs kilometerslange, rechte
banen. Je ziet er het einde niet van. Om 14u00 las ik een rustpauze in
en zet me in de schaduw van een plataan, eet een energiereep en drink
een goeie slok water. |
 |
| Ik
doe mijn schoenen even uit om mijn voeten te laten verluchten en bemerk
dat de zolen volledig weggesleten zijn en dit na 1000km. Hier op de
gewone wegen heeft dit weinig belang maar eens ik in het gebergte zal
komen moet ik nieuwe schoenen hebben met degelijk geribde zolen.
Om 15u00
vertrek ik krampachtig. De laatste 10 kilometer zijn heel vermoeiend
door de warmte en de ééntonigheid, maar als ik rond 17u30 in Sanguinet
aankom is dit snel vergeten door het prachtig uitzicht op "L'Etang
de Cazaux" een groot meer omringd door wouden.
Ik heb geluk :
bij het eerste hotelletje waar ik binnenstap is er nog een kamer vrij.
Na een half uur lang durend ligbad eet ik een Magret de Canard met
frietjes, dit was lang geleden.
Om 21u30 lig ik
onder de wol, buiten is het aan het onweren maar het kan me geen barst
schelen.
Deze tocht
draag ik op aan de collega’s van de boekhouding
|