| Vandaag
wil ik er eens vlug invliegen, het gaat terug warm worden en de 36
kilometer die ik vandaag moet afleggen naar het dorp Belin wil ik niet
in de volle hitte doen. Daarom sta ik om 5u00 op, ik had gisterenavond
met mijn gastheren afgesproken dat ze hun wekker pas om 7u00 moesten
zetten, maar door eigenlijk een beetje gewild lawaai in mijn kamer,
hadden ze geen wekker nodig. |
 |
 |
Toen
ik om 5u30 uit de badkamer kwam, stonden Agnes en Renaud al in de
keuken, met kleine oogjes, de koffie geurde opwekkend. Ik heb toch niet
te veel kabaal gemaakt? "Non, non, vous êtes notre invitée".
We nemen het ontbijt tezamen, ik krijg nog een stuk frans brood met kaas
voor onderweg. Ik neem nog een foto van het jonge gezin en vertrek met
een wegenkaart van Bordeaux, offert par Renaud. |
| Om
7u00 loop ik op de rue St Catherine, een lange winkelstraat die er nu
verlaten bijligt, behalve enkele hoertjes die huiswaarts keren kom ik
niemand tegen. Om 8u00 verlaat ik het centrum en loop via "la Route
de Toulouse" richting Chambery en kom zo uit de bewoonde
wereld. |
Ik
stap door de wijngaarden van de Grave en kom zo in het dorpje Leognan
aan rond 11u00, waar ik mijn drinkfles opvul en even rust op een bank.
Rond 11u30 zet ik mijn tocht verder eerst door wijngaarden en dan door
pijnbomen. Ik loop door "Le Parc Regional Des Landes de Gascogne.
De kleine asfaltweg stopt in het dorpje Mignoy. |
 |
 |
Vanaf
daar loopt alles verkeerd, ik heb de keuze tussen drie bospaden dwars
door de bossen, op mijn kaart, die eigenlijk niet geschikt is om in
detail de wegen te volgen staat er 1 stippellijn die een pad aangeeft.
Ik doe een keuze en neem het uiterst rechtse pad, het breedste van de
drie en loop gedurende 2u00 door de dennenbossen van de Landes, ik besef
dat ik te oostelijk loop, maar heb geen zin meer terug te keren. |
| Om
14u00 kom ik op een asfaltbaan waar ik rechts afsla. Ik weet niet welke
baan het is, maar na een goede kilometer stappen kom ik op een
kruispunt. Ik heb wel degelijk slecht gegokt met het rechtse bospad te
nemen. Ik zit op de weg van het dorp La Brece, op 34 kilometer van mijn
einddoel. |
| Mijn
moed zakt in mijn schoenen. Ik heb 7u00 gelopen en ben eigenlijk nog
altijd op dezelfde afstand verwijderd van Belin, als toen ik deze morgen
in Bordeaux vertrok. Ik vul mijn fles met water uit een fonteintje,
steek mijn hoofd onder het koude water en vertrek door de ondraaglijke
hitte. Ik kom gedurende uren, behalve slangen en hagedissen, niemand
tegen, ik ben einde raad. Ik moet voortzetten, maar het wordt alsmaar
lastiger. |
| Mijn
water is op en in dit onherbergzaam gebied woont niemand, of toch ? Gans
in de verte zie ik een huisje. Daar moet ik zijn om water te vragen. Ik
klop aan en word verwelkomt door twee grote honden, die het niet goed
menen met vreemdelingen, maar hun baas is minder agressief en ik krijg
mijn water. Ik bedank de man en strompel verder, tot het dorpje
Chantier. In de schaduw van een schuur blijf ik een uur liggen. |
 |
| Het
is 18u00 en ben op 4 kilometer van een groter dorp "Le Barp"
genaamd. Belin kan ik niet meer halen, ik beslis te stoppen in Le Barp.
De 4 laatste kilometers zijn onvoorstelbaar, alles doet pijn. Ik ben
kwaad op mijn eigen. In de verte zie ik op het einde van het dorp een
hotelletje. Mijn moed komt terug maar is snel over als ik aan de
voordeur zie "fermé". Ik kan het niet geloven. Ik klop op de
deur, maar krijg geen antwoord. Met de moed der wanhoop klop ik,
gebruikmakend van mijn stok, op het raam. De eigenaar komt opendoen en
vraagt of ik niet kan lezen. Ik smeek hem of hij toch geen kamer heeft
voor mij. Na lang aandringen laat hij mij binnen. Ik kan er natuurlijk
niet eten en morgenvroeg is er geen ontbijt. Ik heb toch een dak boven
mijn hoofd. Ik was mij, eet een appel en ga slapen met hevige hoofdpijn.
De zon heeft me laten lijden. Rillend val ik in slaap.
Deze
verschrikkelijke tocht draag ik op aan Jan en de jarige Anja, hun bezoek
heeft mij vandaag de nodige moed gegeven. |
|
|
|
|
|