| Als
ik wakker word is het buiten nog aan het regenen, de wolken hangen laag
boven de vallei van de Cares, een riviertje dat het dorp in tweeën
snijdt. Met zo een weer heb ik nooit zin me klaar te maken. Ik weet dat
Roos op mij lijkt, dus laat ik haar nog wat in dromenland. |
 |
| We
kunnen niet blijven wachten op beter weer, dus vertrekken we maar. Het
kan niet alle dagen blauwe lucht en zonneschijn zijn. In het centrum
nemen we ons ontbijt, spek met eieren, en vertrekken richting Cangas,
gelegen op 32 kilometer van Las Arenas. Het regent niet meer maar we
houden onze kledij klaar voor het geval de kranen zich terug openzetten. |
 |
Na
10 kilometer stappen langs diepe ravijnen komen we in het dorpje
Ortiguero waar de regen ons verplicht even te schuilen onder een afdak,
we halen onze regenkledij boven en stappen verder door de mist. |
| We
hebben 300 meter gestegen en bevinden ons op 420 meter. We dalen snel,
met de hoop zo vlug mogelijk uit de wolken en de regen te geraken. Maar
het blijft regenen, zelfs heviger.We lopen door het dorpje Avin en hopen
een schuilplaats te vinden, het enige wat we vinden is een oude bushalte
waar we even kunnen op adem komen. |
 |
| Door
de natte kledij koel je vlug af en we beslissen nog verder te trekken
tot het eerst volgende dorpje waar we kunnen overnachten. Na een half
uur stappen door de alsmaar durende regendruppels die je gelaat
teisteren, komen we in het dorp Benia aan waar we het eerste hotelletje
dat we tegenkomen, doornat binnenstappen en vragen of er nog plaats is
voor een kamer. We hebben geluk, er is nog een kamer voor twee personen
vrij. |
 |
We
zijn op 13 kilometer van ons einddoel, maar met een rotdag zoals dit is
een vroegtijdige stop geen overbodige luxe. Terwijl Roos een douche
neemt, krijg ik in het kerkje de beide stempels op onze geloofsbrieven.
We komen onze kamer niet meer uit. Roos houdt haar dagboek bij, ik plan
de tocht voor morgen. |
| Deze
tocht draag ik op aan mijn dochter Rozemarijn, het zonnetje in
regendagen. |
|
|
|
|
|