| Om
6u00 sta ik op en kijk naar buiten. De lucht is nog grijs maar het
regent niet meer. Na alles opgeborgen te hebben ga ik naar beneden. Mijn
natte kleren heb ik zo goed mogelijk opgehangen achter aan de rugzak.
Als het vandaag niet regent zullen ze tegen de avond droog zijn. |
 |
| Ik
neem mijn ontbijt samen met twee routiers uit Bordeaux, ze vervoeren met
speciale vrachtwagens enorme jachten naar de Atlantische kust. Na een
gezellig onderonsje, neem ik afscheid en ga richting Mirambeau. Ik neem
de N137 tot in het dorpje Perou, daar verlaat ik de steenweg, het is er
veel te druk. Ik neem een smalle asfaltweg die me om 11u00 in het
centrum van Mirambeau brengt. |
 |
Ik
krijg mijn stempel in het gemeentehuis en wil daarna iets drinken maar
loop eigenlijk, zonder ik het besef, het stadje voorbij. De zon begint
door de wolken te breken, het belooft een schitterende dag te worden,
twee dagen regen is voldoende voor je gemoed. |
| In
het dorpje Petit Niort stopt er een auto, er stappen een man en twee
vrouwen uit. Ze vragen of ik naar Compostela ga. De man heeft de laatste
100 kilometer gedaan verleden jaar en wil van in Mirambeau eens hij op
"retraite" is de volledige tocht doen maar zonder een rugzak
die om en bij de 20 kilo weegt, zijn rug kan er niet tegen. Bij het
afscheid nemen maken ze een foto van mij en de oudste vrouw geeft me 5
EUR, ik moet een kaars laten branden in de kathedraal. Ik ken hun naam
niet maar ik zal dit zeker niet vergeten. |
| Ik
begin aan een stevige klim tot voor het dorpje La Croisette. Mijn
linkerknie laat het afweten, hij herinnert me er aan dat, “trop”
teveel is. De laatste 2 dagen heb ik er 70 kilometer doorgetrokken en
dit is een beetje van het goede teveel. |
| In
een park met zicht op de Girondevallei zet ik mij op een bank, zet mijn
rugzak af, hang mijn natte kleren aan een vlierstruik en laat mijn knie
even rusten. Ik eet twee appels en een sinaasappel en geniet van het
prachtig panorama. Na een uurtje platte rust vertrek ik richting St
Ciers-sur-Gironde. |
 |
 |
Om
14u00 loop ik het dorpje St Palais door en vraag aan een vrouw of er in
de omgeving slaapgelegenheid is. Ze meent zich te herinneren dat de
familie Verdier onderdak verschaffen aan pelgrims maar kan de weg
moeilijk uitleggen. Ze vraagt aan haar kinderen me te vergezellen, een
jongen van twaalf en een kleinere van acht of negen, fietsen me voor en
wijzen mij de weg tussen de wijngaarden van Le Cote de Blaye. Over een
heuvel wijzen ze mij de woning en rijden huiswaarts. |
Rond
15u00 bel ik aan. Mevrouw Verdier komt vanuit de tuin naar mij toe, ik
mag er overnachten. Eten zit er niet in, ze moeten weg deze avond. Maar
ik zeg dat ze zich niet moeten ongerust maken, dat ik alles mee heb. Ik
heb tenminste een bed, het zonnetje schijnt en ik heb een prachtig
uitzicht. Mijn avondeten : 1appel, een stuk droog brood van deze morgen
en twee energierepen, dit alles met een glaasje "Chateau du
Robinet" annoo 2004.
Deze tocht draag ik op aan Viviane, Chantal, Axel, Danielle, Magda en
Marc van het secretariaat.
|