Woensdag 2 juni :  St. Genis-De-Saintogne - St. Ciers sur Gironde 

Om 6u00 sta ik op en kijk naar buiten. De lucht is nog grijs maar het regent niet meer. Na alles opgeborgen te hebben ga ik naar beneden. Mijn natte kleren heb ik zo goed mogelijk opgehangen achter aan de rugzak. Als het vandaag niet regent zullen ze tegen de avond droog zijn. klik hier om te vergroten
Ik neem mijn ontbijt samen met twee routiers uit Bordeaux, ze vervoeren met speciale vrachtwagens enorme jachten naar de Atlantische kust. Na een gezellig onderonsje, neem ik afscheid en ga richting Mirambeau. Ik neem de N137 tot in het dorpje Perou, daar verlaat ik de steenweg, het is er veel te druk. Ik neem een smalle asfaltweg die me om 11u00 in het centrum van Mirambeau brengt. 
klik hier om te vergroten Ik krijg mijn stempel in het gemeentehuis en wil daarna iets drinken maar loop eigenlijk, zonder ik het besef, het stadje voorbij. De zon begint door de wolken te breken, het belooft een schitterende dag te worden, twee dagen regen is voldoende voor je gemoed. 
In het dorpje Petit Niort stopt er een auto, er stappen een man en twee vrouwen uit. Ze vragen of ik naar Compostela ga. De man heeft de laatste 100 kilometer gedaan verleden jaar en wil van in Mirambeau eens hij op "retraite" is de volledige tocht doen maar zonder een rugzak die om en bij de 20 kilo weegt, zijn rug kan er niet tegen. Bij het afscheid nemen maken ze een foto van mij en de oudste vrouw geeft me 5 EUR, ik moet een kaars laten branden in de kathedraal. Ik ken hun naam niet maar ik zal dit zeker niet vergeten.
Ik begin aan een stevige klim tot voor het dorpje La Croisette. Mijn linkerknie laat het afweten, hij herinnert me er aan dat, “trop” teveel is. De laatste 2 dagen heb ik er 70 kilometer doorgetrokken en dit is een beetje van het goede teveel.
In een park met zicht op de Girondevallei zet ik mij op een bank, zet mijn rugzak af, hang mijn natte kleren aan een vlierstruik en laat mijn knie even rusten. Ik eet twee appels en een sinaasappel en geniet van het prachtig panorama. Na een uurtje platte rust vertrek ik richting St Ciers-sur-Gironde. klik hier om te vergroten
klik hier om te vergroten Om 14u00 loop ik het dorpje St Palais door en vraag aan een vrouw of er in de omgeving slaapgelegenheid is. Ze meent zich te herinneren dat de familie Verdier onderdak verschaffen aan pelgrims maar kan de weg moeilijk uitleggen. Ze vraagt aan haar kinderen me te vergezellen, een jongen van twaalf en een kleinere van acht of negen, fietsen me voor en wijzen mij de weg tussen de wijngaarden van Le Cote de Blaye. Over een heuvel wijzen ze mij de woning en rijden huiswaarts.
 Rond 15u00 bel ik aan. Mevrouw Verdier komt vanuit de tuin naar mij toe, ik mag er overnachten. Eten zit er niet in, ze moeten weg deze avond. Maar ik zeg dat ze zich niet moeten ongerust maken, dat ik alles mee heb. Ik heb tenminste een bed, het zonnetje schijnt en ik heb een prachtig uitzicht. Mijn avondeten : 1appel, een stuk droog brood van deze morgen en twee energierepen, dit alles met een glaasje "Chateau du Robinet" annoo 2004.
Deze tocht draag ik op aan Viviane, Chantal, Axel, Danielle, Magda en Marc van het secretariaat.

Vorige

Terug naar dagboek

Volgende