| Ik
word wakker door Gilbert en Nicole die zich om 5u00 reeds klaarmaken. Ze
willen stil zijn maar in een kamertje van vier op vier hoor je alles,
zelfs de muizen die aan je rugzak zitten te knagen. Ik blijf nog even
liggen, het heeft geen zin om in mekaars voeten te lopen. |
 |
| Rond
zes uur zijn ze klaar, Laurent een man van rond de dertig die
gisterenavond nog binnengekomen is, slaapt nog. Hij slaapt boven mij in
het stapelbed. Ik maak mijn rugzak in orde, rol mijn nog niet volledig
opgedroogde slaapzak op en neem vlug een douche. We ontbijten samen : krakotten
met kriekenconfituur en een tas nescafé. Om
6u30 vertrekken mijn twee vrienden, we nemen geen afscheid, we zullen
mekaar onderweg zeker nog eens tegenkomen. |
| Ik
vertrek rond 7u00. Het regent pijpenstelen, mijn kleren zijn nog niet
droog en voelen koud aan maar na enkele kilometers zwoegen is alles weer
opgewarmd. Ik verlaat Saintes en loop gedurende 3 kilometer langs de
rivier de Charente. Het is echt een weer voor eendjes, ze voelen zich in
hun sas en aan hun gekwaak ontbreekt het niet. Maar voor de mens is dit
een beetje te veel van het goede. Ik moet mijn pelgrimsstok horizontaal
houden anders loopt het regenwater via mijn linkerhand in mijn mouw. Ik
dacht dat het ten zuiden van de Loire altijd goed weer was ! |
 |
Ik
klim uit de vallei van de Charente en kom op het St Jacobspad aan dat ik
zal volgen tot in Pons. Ik loop eerst door bosjes en velden en kom dan
voorbij uitgestrekte wijngaarden, dit is waarschijnlijk de voorloper van
de Bordeaustreek. |
| Om
10u30 kom ik in het kleine boerendorpje Berneuil. Nicole en Gilbert, die
ik vier uur geleden verlaten had zitten onder een afdak van een
stalletje te schuilen. Hun grote probleem : natte benen en voeten. Het
pad liep constant door hoog gras. Ze hebben wel degelijke kleding tegen
de regen maar lopen met wandelpantoffels die niet waterbestendig zijn en
een gewone wandelbroek. Gelukkig heb ik voor ik vertrok naar Compostela
mij een Goretexbroek en Goretexschoenen aangeschaft. Het zijn die kleine
details die uw tocht kunnen doen mislukken. |
| Ik
spreek ze wat moed in en loop verder, door het hoge gras, richting Pons,
waar ik rond 12u30 het centrum doorloop. Ik volg de platen "Chemin
Historique", en kom voorbij oude gebouwen, allen perfect
gerestaureerd maar ik heb geen zin om ze met dit weer te bewonderen en
loop richting zuiden. |
 |
 |
Juist
buiten het centrum, aan "l'Hopitale des Pelerin", stap ik een
restaurant binnen. Ik bestel er een dagschotel en drink twee glazen
Pelforth. Ik heb geen zin om hier in Pons te blijven en wil doorlopen
richting Mirambeau. Ik kijk op mijn kaart en op 13 kilometer is er een
stadje, St Genis-De-Saintogne. |
| Na
mijn eten vertrek ik, voor de volgende natte uren, ik beslis het St
Jacobspad niet meer te nemen en loop op de N137, er is veel verkeer maar
met dit hondenweer kan het mij eigenlijk niet schelen. Mijn knieën
beginnen in te boeten, alles doet pijn. Had ik toch dan toch beter in
Pons gebleven? Ik kan niet meer terug en loop met mijn hoofd in de grond
gedurende twee uur en twintig minuten onafgebroken tot ik de plaat zie
van het dorp. |
Ik
stap het eerste hotelletje binnen dat ik tegenkom. Er is nog een kamer
vrij.
Ik trek mijn natte kleren uit en val in slaap op mijn bed. Om 19u00 word
ik wakker. Ik heb twee uur geslapen en de vermoeidheid is uit mijn
lichaam geslopen. Ik neem een douche, steek mijn stinkende kleren in het
bad en hang ze te drogen. Beneden eet ik kalfsvlees met aardappelen en
een glas rode wijn. Om 21u00 ga ik naar mijn kamer en val in slaap na
een zware tocht van 37 kilometer.
Deze tocht draag
ik op aan de de studerende jeugd die het in deze periode niet
gemakkelijk heeft. |