| Om
7u30 ben ik vertrekkensklaar. Het is bewolkt maar het regent niet meer.
Mijn kleren zijn min of meer opgedroogd. Mijn ontbijt bestond uit een
stuk droog brood en een appel, dit met een goede slok koel bronwater. |
 |
 |
Ik
stap in de vallei van de Rio Lamason, een snelstromende bergrivier die
kabbelend tussen de rotsen zijn weg zoekt. Soms wipt een beekforel uit
het water, happend naar een te laag vliegend insect. Aan een kruispunt
verlaat ik de rivier en begin een klim naar de Col de Hoz. |
| Na
2u klimmen bereik ik de top op een hoogte van 658 meter. Het enige
dorpje dat ik voorbij liep is Lafuente waar ik aan een oud mannetje
vroeg om een foto van mij te maken voor het Romaans kerkje. Maar mijn
vraag was blijkbaar niet duidelijk genoeg, en heb niet blijven
aandringen. Ik heb dan maar wat andere foto's gemaakt en verder
getrokken door de ongerepte natuur, langs diepe afgronden en stijle
rotsmassa, op de vlakkere hellingen groeit er gras, die de boeren nog
manueel maaien, een tractor zou er kantelen. |
 |
 |
Hierboven
hoor ik enkel het gerinkel van de koeiebellen die door het grazen heen
en weer slaan. Je hebt er in verschillende tonen. Een echte
klokkensymfonie, maar de muzikanten hebben hun partituur kwijt denk ik,
of zitten ze nog in hun opwarmfaze? Ik kan het hun niet vragen ik spreek
nog altijd geen Spaans, laat staan Koeis. |
| De
afdaling doe ik relax en geniet van de steeds maar hoger wordende
bergtoppen. Links van mij de Cucto Torcal (1107 m) en de Agero (1330 m)
en rechts de toppen van de Virdio de Traslajara ( 1125 m). Het is niet
de eerste keer dat ik me de enigste mens op aarde voel, maar hier is dat
gevoel veel intenser. Wat zijn we toch kleine wezens tussen die
overweldigende natuur. |
 |
| Om
12u kom ik in de vallei van de Rio Deva waar ik na 5 uur onafgebroken
stappen in het dorpje La Hermida een slaapgelegenheid zoek en snel vind
in een Albergue. Als ik uitleg dat ik Belg ben krijg ik als middagmaal
kip met friet. |
 |
Na
mijn welgekomen eten leg ik me op mijn bed, waar ik na 3u siësta wakker
word en het dorp nog even verken. Aan de kerk is het onvoorstelbaar druk
van overal komen mensen toegestroomd. Het is voor een
begrafenisplechtigheid, hier worden de overledenen 's avonds begraven,
ik volg de plechtigheid en na de mis ga ik na een korte maar stevige
stapdag om 20u slapen. |
|
Deze
tocht draag ik op aan een echte Galmaardenaar. Jean Paul Verhofstadt,
hij zal wel weten waarom. |
|
|
|
|
|